Literaire troost van A.F.Th.

Nét uit.

Nét uit.

Wat. Een. Geweldig. Boek.
Exact wat ik nodig had om weer op gang te komen – ook met mijn blogs. Want iedere keer als ik er aan eentje begon, verdwaalde ik en liep vast in dezelfde groef. Willen uitleggen, willen verklaren waarom iedere keer als ik me over wil geven aan het verdriet om het verlies van mijn vader, dat steeds ruw onderbroken en weggeduwd wordt. Vandaag was ik een extra dag vrij van mijn werk. Was op. Verzon 100 dingen die ik kon doen. Maar nog voor ik uit bed stapte zat ik al vast in het boek dat ik afgelopen zondag gekocht heb. De nieuwe A.F.Th. van der Heijden: De helleveeg. Heb het in één ruk uitgelezen, alle 244 pagina’s. Met één plaspauze, twee koppen koffie en een stroopwafel.

Relativerende en goedbedoelde opmerkingen uit mijn omgeving hielpen niet mijn gevoel van leegte en onmacht onder controle te krijgen. Dit boek wel. Ik kan het iedereen aanraden die lijdt onder verzuring en verbittering in familiaire sfeer. De vlijmscherpe literaire penneslijpsels van A.F.Th. hadden een acuut relativerende werking op mij. Mijn situatie valt reuze mee in vergelijking met die helleveeg. En die literaire relativering had ik even heel, heel erg nodig. Nu snel een blog over mijn vader, dan kan ik na morgen weer gewoon verder over Krijn:

De Leegte
Laatste keerEn toch is het anders. Anders dan vooraf gedacht. Want ik sprak mijn vader niet vaak en zag hem nog minder vaak, het kon wel. Ook nadat we met het gezin afscheid hadden genomen bij hem thuis. Onder toeziend oog van mijn stiefmoeder. Een laatste keer bij hem zitten, zijn hand vasthouden en omhelzen bij het afscheid – toen voelde hij zich nog sterk genoeg voor bezoek. Het was nog geen week na Krijns harttransplantatie. Een paar dagen later belde ik mijn vader (hij nam altijd zelf op) toch weer op om hem bij te praten over de geweldige vooruitgang van zijn kleinzoon en te vragen hoe het met hem ging. Bleef dat om de twee a drie dagen doen. Korte, schijnbaar onbenullige gesprekjes. Nu realiseer ik me hoe wezenlijk ze waren; ze gingen over leven en dood. Krijns leven, en zijn dood. In simpele telefoonmomenten gevat. Tot de verbinding verbroken werd. Die zaterdagmiddag – een paar uur voor zijn dood bleek achteraf – toen hij niet meer zelf opnam. Een paniekgevoel overviel me op dat moment, ik realiseerde me direct dat ik hem nooit meer aan de lijn zou krijgen. Het gesprek was afgebroken. De lijn dood. En ik werd onmiddellijk totaal losgekoppeld.

Op zijn crematie mocht ik spreken, dat had hij nog zélf afgesproken met de uitvaartondernemer. Ik deed mijn verhaal over de vader en zijn oudste dochter. Mijn leven met hem. Van mijn moeizame geboorte tot zijn standvastige sterven en het voortleven in zijn kleinkinderen. 51 jaar omvattend. Het was goed, ik weet zeker dat hij trots op me zou zijn. Vrijwel alle aanwezigen, inclusief zijn buren, de hulp en vrienden van het zangkoor en de biljarters bevestigden dat na afloop ongevraagd. Dat deed me onnoemelijk goed. Ik voelde me gehoord, begrepen en erkend. Wat wil een dochter nog meer.

Maar o, die leegte. Wat mis ik hem nu al. Sterker nog, ik mis hem met terugwerkende kracht als opa. De nadruk lag de laatste jaren vooral het steeds heftiger verzet van mijn stiefmoeder tegen een normaal contact tussen mijn vader met mij; als ware het een geheime liefdesrelatie en niet een familieband. Daar moest mijn vader zich aan ontworstelen om met zijn eigen dochter om te kunnen gaan (net als  zijn zusje in Canada, die op dezelfde wijze werd geweerd). Contact leverde hem altijd ruzies thuis op. Zomaar bij opa en oma op bezoek gaan was dan ook onmogelijk. Bij de voorbereiding van mijn afscheidswoorden voelde ik opeens dat mijn kinderen daardoor ook hun opa misgund is. De uitspraak van iemand tijdens de plechtigheid ‘hij was een geweldige opa’ raakte bij mij alsnog een open zenuw. Ja, dat klopt vast en zeker voor de kant van zijn vrouw. Mijn kinderen hadden daar ook graag meer van meegekregen.

Hij heeft voorvoeld hoe ongelofelijk belangrijk het zou zijn voor mij om één keer ten overstaan van alle mensen die hem kenden en dierbaar waren – en die van mij – mijn verhaal te doen. Mijn respect voor hem en begrip voor zijn keuzes uit te spreken. Ik had graag mijn verdriet met zijn vrouw gedeeld. Het mag niet zo zijn. Toch zal ik de afscheidsplechtigheid de rest van mijn leven koesteren als prachtig en waardig moment van afscheid. Dankjewel pap, waar je ook bent.