Gefeliciteerd!

IMG_1003

Krijn alweer een jaar thuis!

Op 12 maart exact 21 jaar geleden was het geen zachte voorjaarsdag zoals dit jaar. Het was koud, ijskoud en er joeg een snijdende wind door Den Bosch rond het inmiddels gesloopte Groot Ziekengasthuis. Dat weten wij nog zo heel precies, omdat het de dag is dat Hugo geboren werd. Een prachtig klein mannetje met zwart haar en grote diepdonkerbruine ogen. Zo ongeveer het tegenovergestelde van de peuter van anderhalf die ons leven al was binnen gekropen; Krijn met zijn witblonde haren en felblauwe ogen. Twee jongetjes. Zo verschillend. En zo blij mee. Dat kleine ventje namen we dik ingepakt en veilig vastgegespt in het blauwgrijze easybob-babybakje mee naar huis. Waar het jonggezinsgeluksgevoel pas echt van start ging. Happy family met die twee minimannetjes.

Hugo is 21 geworden. Inmiddels een kerel van een kop groter dan ik, met nog even donker haar, een baard en die prachtige donkere ogen. Ons huis is het thuis van drie jongvolwassenen, waarvan de jongste toen nog niet eens was bedacht. Ze is nu met haar bijna 19 jaar zes maanden lang op wereldreis. Een wereld van verschil met toen. Op 12 maart feest dus en 11 maart ook. Het was exact een jaar geleden dat Krijn na 357 dagen het ziekenhuis verliet – waarvan het overgrote deel in Duitsland. Bijna een jaar, ruim langer dan een zwangerschap. Een periode waarin hij nog weer twee extra levens toegewezen kreeg.

Donderdag een week geleden was het nog even spannend. Opeens had hij ’s morgens 38,5 koorts. Lijkt niet veel, maar medicijnen houden zijn temperatuur altijd laag, dus het was echt veel te hoog. We schrokken best, want door zijn lage afweer kan zelfs een griepje of een verkoudheid heel gevaarlijk zijn. Er kwam hoofdpijn en een vervelende hoest bij, zondag stemverlies en wat gepruttel terwijl paracetamol de koorts onderdrukte. Na het weekend toch naar de huisarts gegaan. ‘Je kunt ook gewoon eerder contact opnemen he. Je wilt niet weten waar mensen over bellen in het weekend; dus in dit soort gevallen kun je dat zeker doen!’ Ze onderzocht hem, constateerde dat het hoog zat – geen longontsteking gelukkig – en schreef een breedspectrum antibioticakuur voor. ‘Ik vind het ook wel een beetje spannend en kan niet goed bepalen of ik met een bloedonderzoek geen valse uitslagen krijg door de medicijnen die je normaal al slikt, Krijn. Bel dus toch ook even met de cardioloog.’ Als we het echt niet hadden vertrouwd hadden we natuurlijk eerder contact opgenomen – direct met het ziekenhuis overigens.

Bij de eerstejaarscontrole afgelopen januari in Duitsland hebben we de knoop doorgehakt en besloten om de controles naar Nederland te verplaatsen. Dat betekent langzaam afscheid nemen van het HDZ-NRW in Bad Oeynhausen. Tot zijn eerste controle in het UMC Utrecht blijven we wel bloed opsturen naar Duitsland omdat hij helaas nog steeds niet stabiel is ingeregeld op de anti-afstotingsmedicatie. Ze bellen dan een paar dagen later altijd door hoe de medicatie aangepast moet worden. Dat blijft nog even.
Nu belde ik dus voor het eerst sinds tijden met Utrecht om te overleggen. ‘Goedemiddag, afdeling harttransplantatie’ is de vertrouwde en vriendelijke begroeting. Wel zo makkelijk, in het Nederlands. Maar iedere keer klinkt het confronterend. Ik weet nog de eerste keer dat ik onder het afdelingsbordje ‘hart- en longtransplantatie’ in de UMC-ziekenhuisgang door liep. Toen had Krijn ‘iets’ aan zijn hart. Oké, shit happens, maar iedereen heeft wel wat – en ik dacht dat hij daar na een paar controles niks meer te zoeken zou hebben. Gewoon verder leven met een hartafwijking, zoals zovelen dat doen. Het is zo gek, net of dat bordje of die stem aan de telefoon me iedere keer iets nieuws vertelt en ik me dan pas weer realiseer in welke werkelijkheid Krijn en wij leven. Met je neus op de feiten gedrukt worden – misschien is dat het wel.

Anyway, Krijn is een jaar thuis en het gaat goed. Een jaar geleden zag onze wereld er nog heel anders uit. Nu gaat hij dagelijks met veel plezier een paar uur naar een dagbesteding. Vlakbij, aan de overkant van de straat. Gezellig met andere jongeren, samen koken, eten, babbelen, boodschappen doen in het dorp en de hond van een van de begeleiders uitlaten. En sinds kort ook werken aan zijn conditie op de fitnessapparaten die daar staan. Zo komt er heel langzaam en stapje voor stapje meer structuur, energie, conditie, afwisseling en plezier in zijn leven. Heerlijk om te zien. Van de week ook eindelijk weer naar de kapper geweest, dus ik kon het niet laten om een foto te maken voor bij dit blog. Kan iedereen zelf oordelen of hij er met zijn nieuwe voorjaarskapsel goed uitziet – en vooral heel anders dan tijdens zijn ziekenhuisopnames.

 

 

Volle bak

Bert van den Brink en Thijs van Leer

Bert van den Brink en Thijs van Leer

Dankjewel, wat onvoorstelbaar prachtig en wat was ik hier ontzettend aan toe‘, verzuchtte ik. Het floepte eruit en ik wist zelf eigenlijk niet wat ik ermee bedoelde. Ook na de pauze tijdens de tweede set bleven de tranen lopen, het hele concert door veegde ik mijn wangen droog. Tot in het diepst van mijn ziel raakte de muziek me.

Kun je om 8 uur hier zijn?‘ had Robin gevraagd om spontaan alsnog naar een optreden van een bevriende muzikant te kunnen. Ja, dat moest lukken. En zo zaten we met z’n tweetjes opeens vanaf de tweede rij in de fraai verbouwde synagoge te kijken naar twee mannen op een podium. Ze stonden daar bijna per ongeluk – letterlijk, de een was ingevallen voor een zieke. Omgeven door een Steinway, een accordeon, dwarsfluiten, glazen, een digitale hammond, een melodica en het kleine kerkorgel boven. Ze hadden elkaar even gesproken en samen gegeten ter voorbereiding.

In de intieme zeshoekige zaal met balkon, crèmekleurige houten betimmering en panelen met Hebreeuwse teksten, stonden voor het lage podium dat grotendeels gevuld werd door de zwarte vleugel en een balk met grote lampen erboven aan het plafond, rijen comfortabele lichtgroen gestoffeerde stoelen opgesteld. Veel bleven leeg; het was een beperkt gezelschap dat plaatsnam en getuige mocht zijn van de kunsten van deze twee muzikale grootmeesters. Tovenaars.

Ze begonnen te spelen. Samen spelen. Op de basis van bestaande muziek nieuwe mogelijkheden zoekend, elkaar aanvullend, vloeiend meebewegend op de noten van de ander, elkaar uitdagend, inspirerend, met gevoel, passie en liefde voor de muziek die de ruimte voelbaar vulde. Van fluweelzachte fluisteringen tot krachtige orgelklanken. Emoties wisselden elkaar af; van melancholisch tot hilarisch. Zelfs het gerinkel van een per ongeluk omgestoten glas kreeg een muzikale echo en werd meegenomen in de muziek. Alles vloeide, klopte en voelde natuurlijk. Fan-tas-tisch.

Waar koop je die instrumenten waar uitsluitend de goede noten op zitten?‘ vroeg na afloop een muzikant die in het publiek zat zich hardop af. Iedereen, inclusief de mannen zelf, was het er bij de napraat over eens: dit was heerlijk.

Vanochtend werd ik heel vroeg wakker met de klanken nog in mijn oren. Er weerklonk iets doorheen en opeens begreep ik waarom tijdens het concert mijn tranen maar bleven komen. In de muziek was alles zonder een wanklank, dodelijke stilte of valse noot. Wat een contrast met het telefoongesprek een paar uur eerder die middag. Een kalm en rustig gesprek, waarin ondanks alle goede bedoelingen ieder woord schuurde, stokte, vastliep en detoneerde.

Waar twee relatief vreemden op een natuurlijke manier gevoelens konden delen en uitdragen met hun muziek, was het een moeder en dochter weer onmogelijk gebleken om elkaar te bereiken of begrijpen. Mam, je wordt zondag 80 jaar en ik had je heel graag willen komen feliciteren samen met mijn gezin. Maar je was direct duidelijk; ‘liever een andere keer, ik heb al een volle bak.’

Gewoon K

Krijn en Toet

Krijn en Toet’s dodenmasker

Een ander woord heb ik er niet voor. Gewoon K dus. Dacht ik een leuk blogje te schrijven over het bezoek dat ik met Krijn aan de tentoonstelling over het graf van Toetanchamon in Amsterdam bracht. (Waar pijnlijk bleek hoe snel een beetje opvoeding in je eigen opvoedersgezicht terug kan slaan: ‘Mam niet doen, afblijven! Je mag nergens aankomen, ook niet aan die steen, je hebt dat bordje toch gezien?’)

Het drama van het onverwachte overlijden van mijn (oud)collega kwam er tussendoor. De begrafenis was memorabel. Bitterkoud. Met schriftlezingen, bidden en psalmen zingen. En bovenal het beeld van een lange stoet lopend achter de kist. Voorbijgangers respectvol gestopt. Aan het open graf een geselende wind die de laatste woorden onverstaanbaar uiteen jaagt. Een film uit de jaren ’50.

Aandacht voor het driemaandelijkse controlegesprek in het AZU dan. Krijn werd onderzocht en de medicatie weer iets opgehoogd. De cardioloog meldde tussen neus en lippen door ‘dat Krijns naam al eens gevallen was’. Bij de aanmelding van een donorhart dus. Niet dat het veel zegt over de wachttijd, maar het moment waarop een ander hart voor hem beschikbaar komt, sluipt dichterbij.

Nog voor ik erover kon bloggen kreeg ik het bericht dat mijn vader (88 jaar) in het ziekenhuis was opgenomen. In het ziekenhuis in Almelo vertelde hij over de impact die het overlijden van zijn neef een paar weken eerder op hem had gehad. Het bezoekuur aan zijn bed, al pratend zijn hand vasthoudend was heerlijk. Wat een kracht, wat een humor, wat een bijzondere vader. Ben zo trots op hem. Hij is inmiddels weer thuis, maar niet beter.

Ook de lange treinreis terug uit Almelo langs mooie oude en nieuwe stations inspireerde me alsnog voor een blog. Maar de avond dat ik het wilde maken belde Robin of ik hem met de auto kon ophalen van het station omdat er geen treinen reden. Ik reed langs het spoor waar ambulances en politieauto’s met zwaailichten in de berm naast een stilstaande trein stonden. Twee dagen later vertelde onze hulp in tranen dat haar neef er niet meer was. De jongen had geen andere manier gezien om onder het juk van zijn strenge vader uit te komen.

De drie verjaardagen in één week in ons gezin dan. Als hoogtepunt mijn verjaardag met een verrassingsbezoek aan het de dag ervoor door de koningin geopende Rijksmuseum. In een zonovergoten Amsterdam, waar mijn beste vriendin Martine bij ons aansloot. Absoluut een leuk blog waard; alleen al Krijns opmerking terwijl we door de eregalerij richting Nachtwacht liepen: ‘Kijk, daar links hangt Het Melkmeisje van Vermeer, dat wil ik zien!’ (Ja, da’s diezelfde opvoeding). Maar de schrijfenergie ontglipte me toen ik hoorde wat de reden was dat mijn altijd wat sombermansende collega niet op het werk verscheen na een relatief routineonderzoek in het ziekenhuis. Mij keihard met mijn neus op het ongelijk van mijn gebruikelijke optimisme drukkend. Hij had gelijk gehad; het is niet goed met hem. Helemaal niet goed.

En nu dan eindelijk toch een blog. Graag hou ik anderen voor dat het glas halfvol is. Dat is ook zo voor mij. Alleen zijn niet alle glazen even groot blijkbaar. Het is gewoon K. Iedere keer als ik iets als een vrolijkleuk voorjaarsblog voel opkomen, verschijnt uit onverwachte hoek een donkere klauw die met een uithaal al die vrolijkheid bekrast.

Regenboogvoet. Krijn zet ladenblokje in elkaar.

Cleo’s regenboogvoet. Krijn als Ikea-klushulp.

Het meest kleurrijke waar ik op dit ogenblik over kan schrijven, is de voet van Cleo. Die heeft alle kleuren van de regenboog. Verstuikt bij een botsing op het voetbalveld vorige week. Ach, het verhaal dat ze daardoor op krukken naar het concert van P!nk in het Ziggo Dome in Amsterdam is geweest, zal het later goed doen. Dat verjaardagscadeau met maanden voorpret liet ze zich niet afpakken. Van pijn heeft ze al meezingend en zwaaiend weinig gemerkt. En die regenboog van geel groen, blauw en paars zakt langzaam in elkaar, en verlaat haar voet via een dikke zwarte rand. Het komt vast weer goed.

…leven, poepen en stemmen

Geboortekaartje met foto van Krijn. Voorop alfabetisch per drie al dan niet mooie voornamen. Inclusief zijn latere broertje en zusje 😉

Krijn zei vorige week op zijn verjaardag opeens: ‘Mam, krijg ik ook een verjaardagsblog? Dat vind ik wel leuk nu ik 18 geworden ben.‘ Dat lukte niet. Ben over tijd. In tegenstelling tot 18 jaar geleden; toen wekten de eerste weeën me ’s morgens om 7 uur – vier dagen voor de uitgerekende datum. Tien uur later was ‘pimmetje’ er: onze oudste zoon. Nee, ons kindje moet ik zeggen natuurlijk. Aan volgende kinderen denk je dan niet echt. Alsnog in het ziekenhuis, want het frummeltje had in het vruchtwater gepoept en verslikte er zich ook nog in.

Gezinsgebruik bij ons is bij iedere verjaardag details doornemen van de geboorte en babytijd. Wie was het vieste baby’tje. Met traditiegetrouw: ‘Gatver, wat smerig!‘ Altijd fijne ‘erwtensoep’-details. Zijn kleine zusje deed drieëneenhalf jaar bijna hetzelfde; wel poepen, niet verslikken. Hugo – de middelste – niet, dat was zo’n keurig jongetje. Nee hoor, grapje; die pieste met een mooi boogje direct zijn moeder onder. En topper is ook de videoopname van Het Rampgebied toen Hugo tijdens het verschonen een demonstratie spuitpoepen had gegeven. Van die dingen. Lees verder