Thuis

IMG_4684

Twee ramen en balkon linksboven zijn van Krijn

Woensdagavond 9 uur. Ik sta in het donker op de galerij op de tweede verdieping en bel aan. Dingdong, klinkt het achter de voordeur. Even later in de smalle hal ruikt het nieuw. Naar verf, behang, Rituals geurstokjes. ‘Doe je schoenen uit, want ik ben net klaar met stofzuigen’. Ok, dat is duidelijk. Als m’n jas aan de kapstok hangt en schoenen op de mat staan, loop ik de woonkamer in. De zwarte stofzuiger staat inderdaad naast de grote grenen kast met achter de ruitjes het bij elkaar gesprokkelde boerenbontservies. We gaan op de nieuwe grijze bank zitten. Hij op het schapenvachtje in de hoek, allebei met de voeten op de donkere koeienhuid. Op het bureau naast de bank staat een doosje gemengde dropjes, hij pakt het en geeft het aan mij: ‘Mag je hebben, alles wat ik lekker vind, is er al uit.’

De sfeer is gemoedelijk en ontspannen en we keuvelen gezellig over alle nieuwe dingen. Hoe heb je geslapen? Hoe ging het met de boodschappen? En je medicijnen ophalen bij de begeleiding, went dat al? ‘Ik heb helemaal geen last van de trein’, ‘Vanavond heerlijk gegeten met wraps en tomaten, paprika en zo’, ‘Weet je wel hoelang je met een komkommer doet als je in je eentje bent?’ Suggesties worden welwillend aangehoord. Geen belerende toon van mijn kant, geen tegenstribbelen van zijn kant. Het standaard ‘niet nu, ik ben bezig’ vanachter de computer is weg, we hebben een gesprek. Moeder op bezoek bij volwassen zoon die op zichzelf woont in zijn eigen gloednieuwe appartement. Sinds drie dagen.

Na ruim 24 jaar, om precies te zijn 8876 dagen, is onze eersteling uitgevlogen. Al eerder verliet hij voor korte of langere tijd het nest, met hooguit een pyjama en toiletspullen als bagage, nooit eerder om op eigen benen te staan. Nu wel. Hij is er klaar voor. Ik kijk opzij en zie dat hij straalt – ook al zegt hij dat het ook nog een klein beetje spannend is. En anders. Kijkt om zich heen en constateert ‘dit is mijn huis, mijn bank – hier woon ik. Alleen.’ Net als zijn twee favoriete buurvrouwen, die zoals alle 26 bewoners hun intrek hebben genomen in een eigen appartement in het gloednieuwe complex. Wel met 24 uur begeleiding bij de hand in drie gemeenschappelijke appartementen. De gezamenlijke momenten en precieze inrichting van de ondersteuning moet zich nog zetten. Het is wennen, voor iedereen. Uiteraard zijn sommige zaken direct al strak geregeld: Krijn haalt 2x per dag zijn medicatie op bij de begeleiding, en iedere avond is er een laatste contactmoment bij hem thuis voor onder andere de laatste pil. Constateren dat ze genomen zijn is cruciaal; eraan herinneren niet voldoende, zegt hij ook zelf.

De afgelopen weken is na de sleuteloverdracht gewacht op het moment dat de donkere pvc-vloer gelegd was. Met vereende kracht en onvermoed talent zijn vrijwel alle muren met glasvlies behangen en geschilderd, een woonkamermuur voorzien van een enorm fotobehang met een olijfboom, koelkast en vaatwasser geplaatst. De bij IKEA aangeschafte FRIHETEN slaapbank, ARKELSTORP bureau, VADHOLMA keukeneiland, MALM ladenkast, diverse lampen en gordijnen naar binnen gesleept. Net als de oogst van ontelbare bezoekjes aan kringloopwinkels. En een prachtige nieuwe Sola pannenset van oma. Uit zijn eigen kamer de computer, eenpersoonsbed (‘nee, ik wil écht geen groter bed, dit is goed zo!’), kledingkast, kleren en kleinere spulletjes. Alle andere spullen en overbodige rommel die hij toch niet meer gebruikt/mooi vindt/wil hebben? Die liggen verweesd in de wat troosteloze oude kamer. Probleem van papa en mama 😊.

De woonkamer met keuken, slaapkamer, hal, badkamer, balkon, berging boven en beneden; het nieuwe appartement krijgt steeds meer sfeer en vult zich met spullen. Aan de andere kant staat de spaarrekening die steeds verder leeg loopt. (Mocht hij ooit een bijbaantje zoeken: IKEA-pakketten in elkaar zetten kan hij echt vreselijk goed! ‘Wel zwaar, maar het is een soort technisch lego, dat vond ik vroeger leuk.’) Gelukkig heeft hij de afgelopen jaren heel trouw maand voor maand flink gespaard zodat op de bodem van de spaarpot nog een buffertje ligt. Ook als de nog aan te schaffen wasdroogcombinatie en oven hun plek hebben gevonden.

Wat een genot en geluk om zoveel nieuwe spullen te kunnen aanschaffen en een eigen paleisje in te mogen richten. Eindelijk het resultaat te zien van samen uitzoeken, plattegrondjes knippen en schuiven, kleuren bepalen en ideeën uitwerken. Eerlijk is eerlijk: misschien ben ik nog wel trotser dan hij op het resultaat. Toen ik woensdag op het knopje van de dingdong-bel drukte (in plaats van de standaard drilboor-bel) wist ik het al. Het is goed. Nog niet af; douchen naast een enorme kartonnen doos met douchecabine is niet de bedoeling), maar dat komt wel. Tijdens het wandelingetje van tweehonderd meter naar huis voelde ik dat een tevreden geluksgevoel zich vastzette. Hij is thuis.

IMG_4821

 

Op een mooie Pinksterdag

Tante Jantje - januari 2018‘Het zaadje voor een volgend bezoek is voorzichtig geplant….. de volgende keer dat we gaan, hoop ik dat Krijn ook mee kan’, schreef ik in februari. Leuk, al die vooruitzichten voor Canada, maar het leven laat zich niet sturen en trekt haar eigen plan. Eerste Pinksterdag is mijn aller- allerliefste tante Jantje overleden. Rustig. Thuis in Medicine Hat, Alberta. Ze was klaar met leven.

Doodgaan, dat kunnen ze in jouw familie eigenlijk best goed, he mam‘, merkte Cleo troostend op. Inderdaad, mijn opa, mijn oma en mijn vader – allemaal op respectabele leeftijd en zonder pijnlijke lijdensweg, ziekenhuis- of verpleeghuisopnames. En nu dus tante Jantje. Bijna 88. Net zo oud als mijn vader, haar broer. Vijf jaar geleden ook eind mei overleden. Vlak na de eerste harttransplantatie van Krijn. Wat ben ik ontzettend blij dat Robin en ik, samen met mijn neef, nicht en hun partners, eind januari nog in Canada geweest zijn.

De begrafenis laat even op zich wachten in verband met buitenlandverblijf in New York en Bali, hoorden we. Dat krijg je met vier zonen, hun vrouwen en 13 kleinkinderen. Erbij willen zijn, persoonlijk afscheid nemen, dat was onze eerste gedachte. Vrijdag 1 juni, tja.. Een zeer last-minute aantrekkelijk geprijsde chartervlucht op Calgary maakte dat we heel snel moesten beslissen. En het werd ja, we gaan. Zes dagen. Zonder Krijn overigens, hij heeft niet zoveel op met begrafenissen.

Afscheid nemen van de laatste van haar generatie. De laatste die uit de eerste hand de prachtigste verhalen vertelde over vroeger, over het boerenleven in Hellendoorn Overijssel, over het opgroeien in oorlogstijd, over mijn vader als jonge man, over emigreren in de jaren vijftig, over een bestaan opbouwen in Canada, over de roekeloze daden van haar zonen ‘ik wilde het gewoon niet weten als ze weer gingen dragracen, of toen Johnny uit een helikopter sprong op ski’s, bij ijshockey kijk ik wel, maar dat gaat er ook hard aan toe.‘ Aan de andere kant haar nuchtere houding; ‘Je dacht toen dat je na emigratie je familie nooit meer zou zien.‘ En dan toch gaan. Nuchter ook borstkanker overwinnen, altijd maar doorgaan. Geloven in jezelf, in je eigen kracht. Positief blijven. Urenlange telefoongesprekken ‘teuten’.

Ik had nooit kunnen bedenken dat ik zoveel contact zou hebben met neven en nichten, en jullie zo vaak zou zien. In Nederland en in Canada.‘ Het zegt misschien vooral iets over haar vermogen tot verbinden en contact houden. Lieve tante Jantje, we gaan je missen – en zullen het nog vaak over jou en die bijzondere verhalen hebben. Zeker op Eerste Pinksterdag – die is voor altijd van jou.

 

Aderlatingen en afspraken

IMG_1288

Het appartementencomplex in aanbouw.

De tweede aderlating van Krijn was vooralsnog de laatste: zijn Hb-gehalte was gezakt naar 6,1 vertelde de verpleegkundige. Veel te laag. Ze belde vlak voor we naar buiten liepen om in de auto stappen naar het ziekenhuis voor de derde aderlating. Een onverwachte meevaller. ‘O, dan kan ik misschien nog mee naar het zwembad!’, reageerde hij direct, ondanks dat hij wat slapjes is. Het nieuwe tweewekelijkse uitje van zijn dagbesteding. Zwemmen, dat zou dan voor het eerst zijn sinds 2014 toen hij in Tofino, Canada een duik nam in de Stille Oceaan. ’s Middags bij thuiskomst bleek dat hij inderdaad nog op tijd was geweest. Ik vroeg voorzichtig of zijn grote verzameling littekens nog reacties had opgeroepen bij anderen. ‘Nee, niemand. Ik was de enige die meeging – was alleen met een begeleider.’ Om meteen enthousiast verder te vertellen: ‘O ja, mijn oude zwembroek is veel te groot, ik moet echt een andere hebben. En verder was er een bibberig oud vrouwtje dat achter een rollator het zwembad in kwam schuifelen. Ze moesten haar met een lift in het water laten zakken. Even later kwam ze me hard voorbij zwemmen.’ Hij moest er zelf om lachen. Goed idee, dat zwemmen!

Inmiddels is de volgende controle bij de Van Creveldkliniek achter de rug. De bijzonder aardige en attente arts legde het vervolgtraject uit: even geen behandelingen. Misschien in april weer beginnen met maandelijks een aderlating. Drie keer bijvoorbeeld. Krijns Hb-gehalte is inmiddels gestegen naar 6,7 (moet minimaal 8,6 zijn). En het ferritine gezakt naar 920. De richting is in beide gevallen gelukkig goed.

De botontkalking in zijn heupgewrichten moet wel verder aangepakt. Met Calcichew + vitamine D, in plaats van de ampullen. En daarnaast wekelijks een nieuwe pil. Of hij die al eerder gehad heeft? Ik dacht even na. ‘Nee, volgens mij niet’. Maar de combinatie van wekelijks en de werkzame stofnaam schoof bij Krijn direct een geheugenlaatje open: ‘Jawel, in Duitsland een paar keer. Die mag je alleen maar zittend innemen en toen kon ik net weer zitten.’ Voor ik verbaasd iets kon vragen, beaamde de arts het lachend. ‘Ja, inderdaad, die bedoel ik. We willen voorkomen dat ze de slokdarm beschadigen.’ De combinatie met andere medicijnen is wat ingewikkeld – niet alles mag bij mekaar – dus er is iets geschoven met het ochtend- en avondritueel en een speciaal woensdagplan toegevoegd. Komt goed; Krijn heeft het overzicht en de apotheek helpt ook door mee te denken.

Verder is Krijn – net als ik overigens – voor het eerst in tijden naar de tandarts geweest. (Durf ik best te zeggen, want ik had nul gaatjes en kreeg alleen maar complimenten. Wacht nu op een implantaat-offerte, maar daar ga ik het hier niet over hebben).
Krijn ging ook goed. Draadje achter zijn tanden is gebroken ‘o ja, dat is al heel lang zo’  hoor je dan opeens… Nou ja, het minieme spleetje tussen zijn voortanden staat juist leuk. Houden zo. En tandsteen. Enige echte tegenvaller zijn de verstandskiezen: twee komen half door en de andere twee liggen compleet dwars in de kaak. Ze duwen met hun kop als een stormram tegen de wortels van de achterste kiezen. Afspraak met de kaakchirurg is inmiddels ingepland. Mag die zijn mening geven.

Wat veel leuker is om te vertellen, is dat de bouw van Krijns appartementencomplex gestaag vordert. Er is ook een eerste informatiebijeenkomst geweest voor de jongeren en hun ouders. Met de bouwer, de gemeente, het begeleidingsbureau en het bestuur van de koepelorganisatie. De plattegronden, plaatjes van de keuken, voorbeeldtegels van keukenachterwand en badkamer en vloerafwerking van de gezamenlijke ruimtes trokken allemaal veel bekijks. Een goede bijeenkomst. Krijn genoot zichtbaar. Okee, hij niet alleen – ik ben groot fan van plattegronden. En inrichten. En schaalvoorbeelden maken. En spullen uitzoeken. En zo.

In totaal 3×10 appartementen (waarvan 4 voor de begeleiding en gezamenlijke ruimtes). Allemaal aan de galerij. Met een eigen hal, badkamer, berging, woonkamer met open keuken, slaapkamer, balkon en op de begane grond ieder een berghok.  Echt zó tof! Elk van de vier type woningen heeft voor- en nadelen. Die werden druk besproken. ‘Die kleine natuurlijk! Hoef je ook niet zoveel schoon te maken’, ‘Zo’n kromme muur in de woonkamer vind ik mooi’, ‘Als je ’s nachts moet plassen, moet je drie deuren door – o nee, bij die ene niet’, ‘Ik wil per se op de bovenste verdieping; anders voel ik me opgesloten’, ‘Een balkon dat grenst aan een ander balkon is gezellig. O wacht, of juist lastig?’, ‘Er is er maar één die aan twee kanten ramen heeft’, ‘Ik heb al een vaatwasser, past die er straks wel in?’, ‘Lekker dichtbij de lift, hoef ik niet zo ver te lopen.’, ‘Ik wil gewoon op de rustigste plek, met mijn vrienden links en rechts van me en een mooi uitzicht zonder mensen.’

Hoe dan ook; de bouw gaat verder en de oplevering eind dit jaar komt steeds dichterbij. Alle gegadigden moesten voor een second opinion bij een psychiater in het UMC langs. Krijn ook, voor de beoordeling of hij met zijn vorm van Asperger wel geschikt is voor deze vorm van begeleid wonen. Uitslag: geschikt. Uiteraard. Nu de laatste hobbel nog, de beschikking van de gemeente. Die beschikking ‘beschermd wonen’ is nodig om straks de begeleiding te kunnen krijgen.

Alles levert een gestage stroom papierwerk, belletjes, mails, voorbereidende (artsen/specialisten)afspraken en keuringen op. Het gaat maar door. Niet alleen voor Krijn, ook Robin heeft afspraken: afgelopen week was zijn tweemaandelijkse keuring in het Radboud. Het ziet er perfect uit. ‘Tot ziens over een week of acht’.
De handige omslagagenda met ringband die ik van mijn werk heb gekregen, houdt nu al zoveel uitnodigingsbrieven, formulieren en printjes bij elkaar dat hij niet meer dicht te klappen is. En het is pas maart. O wacht, de vier enveloppen met stembiljetten liggen er ook bij. Die mogen er de 21ste uit. Ben benieuwd bij welke partijen dat een aderlating oplevert.

 

Donorwet en Canada

IMG_0692

Blue Moon in verstild Elkwater, Canada

Als moeder van een zoon die maar liefst twee keer een donorhart heeft ontvangen, heb ik me heel lang afzijdig gehouden – je bent bijna automatisch ‘partijdig’ en dat vind ik persoonlijk lastig in de discussie – maar ik ben zéker voor een aanpassing van de wet. Al doen de laatste debatten de nieuwe wet helaas geen goed‘, zei ik tegen de verslaggeefster van de NOS. We zaten op de trap in de hal van de Eerste Kamer. De publieke tribune was vol, dus daar was ik gestrand. (Zie ook het artikel en foto op NOS.nl.) Eerder stond ik lang in de wachtrij met onder anderen een SGP-europarlementarier, IC-verpleegkundige, Transplantatiestichting-vrijwilliger, VVD-raadslid en een medicus. Met meningen zo persoonlijk en divers als bij de 75 senatoren in de zaal achter ons.

Na afloop kwam over een vrijwel verlaten Binnenhof Alexander Pechtold uitgelaten aanrennen – op weg naar mede-D66’er en indiener van de nieuwe donorwet Pia Dijkstra in de Eerste Kamer. Heb hem een welgemeende felicitatie toegeroepen. Hoe krap ook, de wet is erdoor! Met 38 stemmen voor en 36 tegen. Vandaag is de overheid al begonnen met een campagne: op nieuwssites kun je meteen doorklikken naar meer info.

Ik ben heel bewust donor sinds mijn 18de. Gelukkig maar. Want stel dat je als tegenstander opeens geconfronteerd wordt met het feit dat je kind gaat overlijden, behalve als er op tijd een donorhart beschikbaar komt… Mijn mening is dat mensen op basis van uitgebreide en vooral goede informatie zelf een afweging moeten maken. Zodat je een bewuste keus kunt maken. Dat kan dan ook ‘niet-doneren’ zijn uiteraard. Heb het erover, wat mij betreft als vast onderwerp op scholen. En thuis, met je naasten.

Tot zover de donorwet. Reden dat ik te laat was voor de publieke tribune, was dat ik nog met Krijn in het ziekenhuis zat voor zijn tweede aderlating. Want de behandeling is inmiddels gestart. Voorgeschreven door de Van Creveldkliniek in Utrecht – zoals al verwacht, uitgevoerd in het Jeroen Bosch ziekenhuis in de POK (poliklinische operatiekamer). Vier weken lang iedere week een halve liter eruit. Om het lichaam bij aanmaak van nieuw bloed aan te sporen de stapel ijzer in zijn lever te verlagen.

Vooraf iets meer drinken en rustig aan doen na afloop. Even tijd nemen om wat te eten of drinken. Uitrusten. Hij krijgt een lekker kopje thee van de lieve verpleegkundige: ‘Doe rustig aan, span je niet te veel in om duizeligheid of flauwvallen te voorkomen.‘ Bloeddonoren zullen het herkennen. Krijn aanmoedigen tot rustig aan doen is nooit aan dovemansoren: hij maakt er thuis een flinke middagdut van. Ach, heel veel reserve heeft hij niet, dus dat is wel prima.

In de week voorafgaand aan de aderlatingen is nog een DEXA-scan gemaakt. Een botscan. Zijn rug en benen waren goed, alleen zijn heupgewricht laat botontkalking zien. Niet zo erg dat hij meteen aan de medicatie moet overigens. Ook fijn is dat zijn nierfunctie weer beter geworden is. Goed nieuws dat wij overigens per uitgebreide app van Krijn zelf toegestuurd kregen: hij had de controle-afspraak bij de nefroloog in de week dat ik met Robin op familiebezoek/vakantie in Canada was met mijn neef en nicht en hun echtgenoten. Op de crematie van hun (schoon)vader in december hadden we besloten dat we met z’n zessen naar onze tante Jantje in Medicine Hat, Alberta zouden gaan.

Winter in Canada. Wat een goed besluit is dat geweest en wat een bijzondere week was het! Woestwitte wereld met een temperatuur die op en neer schoof tussen 0 en -25 graden. Daar tegenover de enorme warmte van al die familieleden (een ongekend driegeneratie-feestmaal met 22 man), ongelofelijke gastvrijheid, goede gesprekken en de typische familiehumor en anekdotes. Tante Jantje als 87-jarige mater familias genoot zichtbaar. Net als wij. We verbleven met haar in het vakantiehuis, ‘cabin’, van een van onze Canadese neven, waar we mochten blijven zolang we wilden. Ruim vier dagen familiegenot in Elkwater, het kleine vakantiedorpje midden in nationaal park Cypress Hills, na de kerstdagen vrijwel uitgestorven. En mooi.

De laatste avond liep ik dik ingepakt door het witte sprookjeslandschap in het donker met een vuilniszak naar de beer-veilige afvalcontainer. Het was doodstil, alleen het gedempte knerpen van de sneeuw onder mijn laarzen. Het licht van de supermaan Blue Moon scheen voor me op het pad tussen de hoge bomen met daartussen de grote donkere huizen. Alles stil. Geen ritsel van een hert, konijn, poema of muis te bekennen. Tot opeens een laag en langgerekt oehoe..oehoe… de stilte doorbrak. Na een halve minuut weer. Even onheilspellend als ontroerend. Bijna niet te lokaliseren. Pas na veel gezoek zag ik in het maanlicht een onmiskenbaar silhouet op het topje van de hoogste naaldboom; een enorme uil. Zo mooi dus.

Bij aankomst was het afscheidsgevoel sterker dan bij vertrek; broos en breekbaar, maar wát is ze sterk, onze lieve tante Jantje. Het zaadje voor een volgend bezoek is voorzichtig geplant. Na het familiebezoek naar Banff – Robin en ik nog naar vrienden in Airdrie – en een fantastisch laatste avondmaal in Calgary. Uitgenodigd door mijn jongste Canadese neef; eten bij The Nash in Calgary. Alles was spectaculair, niet alleen de Canadese landschappen van de Rockies Mountains, de honderden kilometers besneeuwde prairie tot Elkwater, maar ook de mega-malls en een outdoorwinkel als Bass Pro Shop (youtubefilmpje), de dikke huurauto, de huizen met evenveel bad- als slaapkamers et cetera. Speciale vermelding verdienen de steaks van Alberta Beef (bij -15 gewoon buiten op de BBQ) en de zelfgebakken koekjes en honingcake van tante Jantje.

De vorige keer dat we in Canada waren, was in de zomer van 2014. Krijn had zijn eerste donorhart en mocht na jaren thuis blijven eindelijk weer naar het buitenland. Bijna vanzelfsprekend gingen we naar Canada, naar mijn familie en tante Jantje.
De volgende keer dat we gaan hoop ik dat Krijn ook mee kan. En laten we eerlijk zijn, dat is dan een direct gevolg van het op tijd beschikbaar zijn van een donorhart.
Nu de nieuwe donorwet is aangenomen, verplaatst de focus van promotie van het nieuwe systeem naar de voorlichting over orgaandonatie. Afzijdig houden hoeft niet meer. Dus, meer weten over hoe dat gaat, doneren? Kijk op transplantatiestichting.nl. Keus gemaakt, maar nog niet vastgelegd? Registreer je keus.

IJzersterke nefroloog

IMG_0145‘Jazeker komt het nu uit’, zei ik terwijl ik met de telefoon wegliep naar de andere kamer. Daar was het rustiger dan in de kleine woonkeuken waar de Top2000 klonk, het vuur in de kachel brandde en we aan de grote eettafel midden in een spelletje Dixit zaten – even pauze van de ronde 1000-stukjespuzzel. Frankrijk zoals we vooraf bedacht hadden. Het telefoontje van de nefroloog op de laatste werkdag van 2017 was vooraf aangekondigd en geen verrassing.

Ze had de uitslag van de MRI – vooral een bevestiging van wat al vermoed werd en ook uit de echo bleek die daarvoor al gemaakt was van Krijns lever. Flinke ijzerstapeling zichtbaar. Niet goed dus. Ze had contact gezocht met collega’s en heeft er alles aan gedaan om ook buiten haar eigen werkveld en verantwoordelijkheid verder te zoeken. Ik had haar nog in een brief de contactgegevens van hartchirurg dr Morshuis van het HDZ-NRW in  Duitsland gegeven om eventueel navraag te doen – hij kent Krijn en communicatie gaat makkelijk in het Nederlands. En dat heeft ze gedaan. Hij had niet direct een verklaring, maar zou verder gaan kijken in het Duitse dossier van Krijn, onder andere om het aantal bloedtransfusies dat hij gehad heeft op te zoeken.

Op mijn vraag wanneer je spreekt van een bloedtransfusie, vertelde ze dat één zakje bloed als een transfusie telt. ‘IJzerstapeling kan namelijk ook ontstaan als mensen meer dan 10 transfusies hebben ondergaan, daarom willen ze dat graag weten.’ Ik kon haar direct vertellen dat het absoluut meer dan 10 zakken zijn geweest. Alleen al wat wij aan zijn bed hebben zien gebeuren: er waren dagen bij dat hij meerdere zakken toegediend kreeg – in mijn herinnering vooral als zijn Hb-gehalte heel erg laag was. En wat er bij de operaties en in nachtelijke uren verder nog toegediend is, geen idee. Die 10 zakken haalt hij makkelijk. Dat zou er dus mee te maken kunnen hebben.

Een specialist in de erfelijke variant van hemochromatose (zoals ijzerstapeling officieel heet) in het Radboud uit Nijmegen heeft ook al meegekeken – op zijn advies is de MRI gemaakt – en ze heeft ook nog uitgebreid contact gehad met het UMC Utrecht waar Krijn voor zijn donorhart onder controle staat. Via de cardioloog werd ze gewezen op een internist-hematoloog die zich juist met ijzerstapeling en dergelijke bezig houdt. In de Van Creveldkliniek; een onderdeel van het UMC dat gespecialiseerd is in allerlei stollings- en bloedziekten.

‘Dit gaat ver buiten mijn vakgebied, dus wil ik graag overleggen met jullie waar de volgende stap gezet kan worden’ vervolgde ze na haar uitgebreide uitleg over wat ze allemaal gedaan heeft. ‘In Nijmegen willen ze wel graag nog aanvullend genetisch onderzoek doen, ook al is uit de eerste onderzoeken (bijvoorbeeld uit de gegevens van Krijns oorspronkelijke hart) niet gebleken dat hij een erfelijke variant van hemochromatose heeft. Er zijn meer varianten die ze kunnen onderzoeken. In Utrecht willen ze hem ook wel graag verder bekijken. Daar ligt het lijntje met de cardioloog al. En ja, het is natuurlijk toch een interessante casus.’

We hoefden er eigenlijk niet over na te denken; Utrecht lijkt de beste optie. Het is toch ‘Krijns ziekenhuis’ en voor erfelijk onderzoek kan een buisje bloed sturen naar Nijmegen al voldoende zijn. Dat regelen de artsen dan maar onderling. Over een eventuele behandeling legde ze uit dat die meestal uit aderlatingen bestaat. ‘Iets wat overigens zelfs hier bij ons gedaan kan worden’, voegde ze eraan toe. Als je bloed verliest, moet je lichaam nieuw aanmaken. Daarvoor is ijzer nodig. En laat je daarvan nou net een stapel hebben liggen in bijvoorbeeld je lever. Klinkt logisch.
Bij sommige al dan niet zeldzame bloedziekten bestaat de behandeling uit het toedienen van ‘goed bloed’. In die gevallen ligt ijzerstapeling dus op de loer. Dat ijzer kan overal gaan zitten; in je lever, maar ook in je hersenen, hart, alvleesklier en dergelijke. Dat kan diverse complicaties opleveren. Maar goed, zover zijn we nog niet. Eerst naar een nieuwe specialist; een internist-hematoloog. O ja, het is trouwens niet zo dat Krijn een torenhoog Hb-gehalte heeft, verre van zelfs. Wat je als leek, ik althans, juist wel zou verwachten.

Ze rondde het gesprek af. ‘Prima, dan maak ik mijn brief met bevindingen af en stuur die naar de arts in Utrecht. Jullie zullen van hem een oproep ontvangen. Uiteraard blijf ik Krijn wel graag zien om zijn nieren in de gaten te houden. De volgende afspraak hebben we al staan voor eind januari bij mijn weten. Ik zie hem dan graag weer.’ Met welgemeende wederzijdse wensen voor fijne feestdagen sloten we af.

Het is niet goed met Krijns lever, dat is duidelijk. Maar wát een fijne en meedenkende artsen treft hij iedere keer weer. Het lijkt soms zo vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet. We prijzen ons daar echt gelukkig mee. En met dat vertrouwen gaan we vol goede moed het jaar 2018 in.

 

 

 

Lang blog over lang jaar

2017De arts keek tevreden. ‘Dat ziet er goed uit, geen onregelmatigheden of afwijkingen. Mooi, dan kunnen we de volgende afspraak inplannen voor over 8 weken.’ Na het laatste blog van mei met de titel ‘geen kanker gelukkig‘ is veel gebeurd. Nee, Krijn had geen kanker. Hij gaat nog steeds dagelijks een paar uur naar ’t Hofje voor dagbesteding. Kookt daar regelmatig lunches tot veler tevredenheid. Een ouderinitiatief voor de bouw van een appartementencomplex voor 26 jongeren met autisme is inmiddels officieel van de grond. Alle vergunningen zijn rond en in november is de eerste paal geslagen. Na spannend wachtlijstgedoe en gesprekken staan voor Krijn de seinen op groen. We mogen gaan wennen aan het idee dat hij eind volgend jaar zo’n 150 meter verderop een eigen appartement gaat betrekken. Fantastisch. Voor hem en voor ons.

Cleo was sinds 7 januari op wereldreis van Zuid-Afrika, via Azië, Singapore, Bali, Australië, Fiji naar Amerika. Robin en ik reisden in april 2,5 week door Noord Vietnam met haar mee. Uitvalsbasis was Hanoi, ons hotel in de door brommertjes overspoelde oude binnenstad. Van daaruit hebben we drie meerdaagse trips gemaakt. Cleo’s verjaardag vierden we op een boot tussen de mystieke eilandjes in Halong Bay, Robins verjaardag in een ‘homestay’ (logeren bij de boer) in Cao Bang, een dorpje vlakbij een gigantische waterval op de Chinese grens en mijn verjaardag ten slotte in het capsulehotel in de bergen van kleurrijk Sapa. Fantastisch, wát een schitterend land, indrukwekkende geschiedenis, overal trotse en supervriendelijke mensen en heerlijk eten. We hebben veel geleerd, geproefd en genoten. Hugo was thuis en trotseerde de zomerhitte bij de afvalstoffendienst waar hij een baantje had. In september  is hij begonnen in Amsterdam op het Hout- en Meubelmakers College – waar hij sinds oktober ook op kamers is gegaan. Maar wacht, ik ga nu iets te snel.

Het vooruitzicht van eindelijk een ontspannen zomervakantie in ons vertrouwde huisje in Frankrijk lonkte verleidelijk. Even geen emotionele achtbaan en ziekenhuizen meer, na al die jaren. Eindelijk. De kaarten om in augustus met allen (behalve Krijn, die doe je daar geen genoegen mee) naar Lowlands te gaan, leverden al maanden voorpret op. Tot half juni Robin bij het scheren opeens een bultje bij zijn kaak voelde. Een opgezette lymfeklier? De huisarts verwees naar het ziekenhuis, waar twee specialisten het niet helemaal zeker wisten en hem doorverwezen naar KNO van het Radboud in Nijmegen. Op diagnosedinsdag werd hij door de complete molen gehaald. De verpleegkundige probeerde ons in het eerste gesprek heel lief gerust te stellen. Onnodig, want wij zaten vooral in de modus ‘Spannend? Nee hoor, de meeste onderzoeken en dingen herkennen wij wel van onze oudste zoon. Van vijf artsen op een kamer worden wij écht niet zenuwachtig.’ Maar het ging nu niet om Krijn. Drie dagen later op vrijdagochtend 7 juli kreeg Robin de uitslag: keelkanker. Het bultje bij zijn kaak bleek een uitzaaiing. De tumor zelf zat achterin zijn keel, vlak voor de stembanden.

De KNO-arts was duidelijk; ‘Je bent relatief jong, hebt nooit gerookt, drinkt al jaren geen druppel alcohol en bent verder gezond. Daarom gaan we vol op genezing inzetten. Met een zware behandeling; 6 weken lang dagelijks bestralingen en wekelijks een chemokuur er bovenop. Ze versterken elkaar. Kan zijn dat je niet alle chemo’s kunt volmaken; of omdat je het zelf fysiek niet trekt, of omdat je afweer te laag wordt en het onverantwoord is. We moeten voordat de behandeling kan beginnen van alles invoeren en plannen, nog even geduld dus.’ Hij sloot af met een dringend advies: ‘meld je ziek als de behandeling start. Je zult je de eerste weken nog goed voelen, maar na de laatste chemo en bestraling werkt alles nog door. Ga uit van zeker een half jaar uit de running.’ Daarmee stapten we in de auto naar huis. De familie wist nog van niks en dat wilden we even zo houden. Eerst naar Schiphol: Cleo vloog ergens boven de Atlantische Oceaan – onderweg vanuit Los Angeles – en landde om 17.00 uur na haar wereldreis. Het weerzien met haar broers, vriend en ons moest een gelukkig moment zijn. Voor ons allemaal, en zeker voor haar als blij papa’s-kindje. En dat lukte. De volgende ochtend bij het gezamenlijke ontbijt vertelde Robin de kinderen welke zware behandeling hij zou moeten ondergaan. Het welkomthuisfeestje (zie taart, tattoo + uitleg) op zondag met de familie had een totaal andere lading.

Weg rust, weg ontspanning, weg Franse zomer, weg Lowlands. Ons leven opnieuw op z’n kop. Weer dagelijks ziekenhuisbezoek. Niet het UMC Utrecht of HDZ Bad Oeynhausen, maar het Radboud Nijmegen. Van een uitzonderlijke ziekte met unieke behandelingen, naar een ziekte die hele volksstammen treft en waarvoor standaardprotocollen en geoliede procedures zijn. Inclusief een ‘PIM’ (Persoonlijke Informatie Map), de ordner met enorm veel uitleg, teksten en plaatjes. En uitgebreide voorbereiding, controles en tips: ‘weet u dat u recht heeft op taxivervoer tijdens de behandeling? Zeker als u verder in de behandeling bent, kan dat heel fijn zijn.’ Er ging een nieuwe ziekenhuiswereld voor ons open. Uit onderzoek bleek dat het HPV-gerelateerde kanker is. Relatief goed nieuws want de kans op genezing is groot; tot 90%.

Robin kreeg een bestralingsmasker aangemeten. Een gelige kunststof plaat – flexibel gemaakt in een warm bad – werd tot masker gekneed over zijn gezicht en schouders. Met vier gespen waarmee je bij iedere bestraling aan de behandeltafel vastgeklikt wordt. Zo lig je steeds exact hetzelfde en gaat de bestraling op de mm nauwkeurig de tumor en omliggend gebied te lijf. Tussen aanmeten van het masker en start behandeling, konden we met z’n tweetjes een weekje naar Frankrijk. Even samen wennen aan de nieuwe situatie, het huis wat op orde brengen na onze lange afwezigheid en genieten van het lekkere eten nu het nog smaakt.

Overigens waren we vanaf het begin allebei vol vertrouwen in het ziekenhuis, de artsen en behandeling: dit gaat lukken – die klotetumor en uitzaaiing zullen vernietigd worden. Grondig en voorgoed. Absoluut zeker weten. Maar goed, onze rollen zijn overhoop gegooid: van ouders die samen een ziek kind hebben, naar partners waarvan één een zware behandeling moet ondergaan. Die begon toen er op dinsdagochtend 1 augustus een grote glimmende Mercedes met chauffeur in keurig kostuum en gouden horloge aanbelde. We stapten achterin en hij zette ons drie kwartier later af bij de speciale radiologie-ingang van het Radboud UMC. Te herkennen aan de taxi’s van diverse bedrijven uit de wijde omgeving en op hun ritje wachtende patiënten.

De wekelijkse chemo werd een routine waarbij je naar de vierpersoons dagopname kamer gaat, een bed uitkiest en wacht. Ik naast het ziekenhuisbed waar Robin in gewone kleren op ligt en een infuus in zijn arm krijgt. Eerst een grote zak vocht indruppelen. Daarna een dubbelgecontroleerde rode zak met puur gif dat zijn lijf inloopt. Tenslotte weer een grote zak vocht. Die troep moet meteen verdund worden om schade te voorkomen. Andere patiënten komen en gaan, sommigen zijn al binnen een uur klaar. Het voelde heel onwerkelijk en we bleven allebei wekenlang hangen in vergelijkingen met wat Krijn de afgelopen jaren had moeten doorstaan. Dan is een infuus inbrengen, wat buisjes bloed aftappen, pillen slikken of een kwartiertje op een bestralingstafel liggen een peulenschilletje…

De behandeling ging exact volgens het boekje. Eerste periode nergens last van. De taxi bleek soms een bescheidener auto, een Ford C-Max met schuifdeur, een busje, of een rolstoelbus te zijn. Combinatieritten met andere patiënten kwamen ook voor. Dagelijks één of twee keer met de taxi naar Nijmegen – gelukkig was het rustig op de weg, tja, vakantieperiode, legde vrijwel iedere chauffeur ons uit. Ik ging mee, soms een van de kinderen. Op dinsdagen de hele dag weg. ’s Morgens eerst vijf uur de chemo, dan even pauze en ’s middags een bestraling er overheen. Op donderdag twee keer heen en weer voor de bestralingen. In totaal 34 bestralingen en 6 chemo’s. Ergens tegen het eind was de vakantieperiode voorbij en stonden we op een stikhete middag in een giga-file. In een oud rolstoelbusje, zonder airco of ramen achter die open konden, op spartaanse rechte klapstoelen. En dan eerst nog langs Oss en Ravenstein om andere patiënten thuis te brengen. Gezond of ziek, iedereen moest verschrikkelijk afzien – drie uur gedaan over een rit van drie kwartier.

Wat moeilijk went: je hebt helemaal geen last van je ziekte, maar moet wel een behandeling ondergaan waar je ziek van wordt. Doodziek. Het werd zwaarder en zwaarder. Smaakverlies, slikproblemen, eerste paracetamol tegen de pijn, dan zwaarder geschut er overheen, baardhaar dat verdwijnt, geen speeksel meer, krachtverlies, pijnlijke keel, pijnlijke hals, tot steeds minder kunnen eten, beroerd en misselijk van de chemo. Daarna hals en keel helemaal rauw, afvallen, steeds zwaardere morfinepleisters en ‘escapes’ (morfinedrankje als extra verdoving om even te kunnen slikken). Pillen tegen allerlei bijwerkingen, slap en vermoeid. Weer later met zalf en zwachtels de inmiddels open wonden aan hals en keel beschermen en om de pijn te kunnen harden. Eten werd onmogelijk, uiteindelijk bleven alleen nog flesjes astronautenvoeding over. ‘Je mag niet afvallen. Je hebt al je reserves nodig om de behandeling te doorstaan en weer beter te worden. En blijf bewegen.’ hadden de artsen uitgelegd. Het kostte moeite, het was sommige dagen een hopeloos gevecht tegen het afvallen dat Robin voerde – hij wilde alleen nog dodelijk vermoeid liggen. Kon niks meer. Ik had soms behoorlijk moeite met mijn rol van toekijkende machteloze partner – in plaats van zorgende moeder.

Toen in september alle 34 bestralingen en 6 chemo’s achter de rug waren, bleek inderdaad dat het ergste nog moest komen. Robin kreeg vreselijke hoestbuien, hield moeizaam een paar slokjes drinkvoeding binnen, had koorts, was uitgeput en verging van de pijn. Hij verzwakte in een weekend zo erg dat we op zondagavond bij de spoedeisende hulp in Nijmegen zaten, waar hij om 1 uur ’s nachts is opgenomen. Aan het infuus met vocht en antibiotica en met zware morfine werd de beginnende longontsteking behandeld en kwam hij langzaam weer bij. Na een kleine week op een eigen ziekenhuiskamer en de goede zorgen van artsen en verpleegkundigen, mocht hij weer naar huis. Gelukkig. Het bleek achteraf het dieptepunt geweest te zijn.

Overigens was dat ook het moment waarop het mij allemaal teveel is geworden. Tijdens het wachten op de spoedeisende hulp knapte er iets. De geluiden en beelden brachten me terug in Duitsland op de intensive care naast Krijn – een tijd die ik nog moet verwerken. De zorgen om en het zorgen voor Robin kosten veel energie, net als aan de andere kant mijn werk met de zoveelste reorganisatie en wisseling van leidinggevenden. Het trok allemaal mijn batterij leeg. Opladen lukte niet meer en ik moest toegeven dat werken onmogelijk werd. Het was gewoon op. Of, zoals ik het zelf noem: mijn schilletje was te dun geworden.

Klinkt als allemaal kommer en kwel, maar er zijn daarnaast ook positieve dingen gebeurd. Zaken die al jaren prioriteit hadden maar toch on hold stonden door omstandigheden hebben we zoveel mogelijk toch doorgezet: ein-de-lijk hebben we het timmer- en schilderwerk bij de voordeur laten doen. En er liggen inmiddels negen zonnepanelen op ons dak. Waren al besteld met 8 wijkgenoten en we hebben met z’n allen twee dagen bij iedereen geklust – dat Robin maar heel beperkt kon helpen was nou eenmaal zo. Geen probleem. Een paar weken geleden hebben we zélf een buitenstopcontact om de auto te laden aangelegd. Alleen de grootse plannen waarbij de achterpuien op de begane grond en eerste verdieping worden vervangen, zijn voor de zoveelste keer uitgesteld. Dat werd echt teveel. O wacht, vergeet ik bijna mijn grote trots nog: na tien jaar hebben we weer een tweede autootje aangeschaft. Sinds april struinde ik stelselmatig internet af en uiteindelijk in november vond ik hem: mijn donkerblauwe Fiat 500 met beige cabriodak. Hoe langer ik zocht, hoe langer mijn eisenlijst werd. Mijn eigen semi-automaat 2-cilinder 0,9 liter ‘brommertje’. Zó schattig en hij rijdt pittiger dan ik dacht! Fantastisch karretje; alleen al ernaar kijken tovert automatisch een glimlach op je gezicht. Om de kosten te drukken en omdat autodelen wel zo sociaal is, verhuur ik hem ook via SnappCar.nl.  Spannend, maar het gaat goed tot nu toe.

Cleo begon in september met haar studie Sociale Geografie en heeft een kamer in Utrecht tot eind januari. Hugo begon met zijn nieuwe opleiding en verraste een paar weken later iedereen met een mooie kamer in Amsterdam. We hebben hem samen ingericht en inmiddels is hij daar goed gewend. Twee nestverlaters dus voorlopig. Krijn volgt eind volgend jaar als het goed gaat. Hij had de tweedejaarscontrole van zijn donorhart in oktober en dat verliep op zich goed. Alleen het ferritinegehalte is veel te hoog. De nefroloog (nierendokter) in Den Bosch waar Krijn onder controle staat, begreep het niet. Ze is op zoek naar een verklaring voor het gehalte 1645 – dat eigenlijk tussen de 20 en 200 zou moeten zijn. Afgelopen week is daarom een MRI gemaakt van Krijns lever. Het hoge ferritinegehalte wijst op ijzerstapeling. Wat dat betekent en hoe verder? Geen idee, afwachten.

Langzaam sloop het normale leven de dagen en weken weer in. De doos zwachtels blijft dicht, pillen hoeven niet meer geslikt en de tubes zalf kunnen de kast in. Met Robin gaat het goed. Zeker naar omstandigheden. Groot probleem was van de vloeibare voeding afkomen. De 4 of 5 flesjes per dag naar binnen werken lukte goed. En natuurlijk wílde hij wel weer gewoon eten en drinken, maar alles smaakte vies, en zonder speeksel gortdroog. De speekselaanmaak zal trouwens beperkt blijven – veel drinken dus. Het komt neer op opnieuw leren eten; alleen door training komt de smaak en textuurherkenning, het ‘mondgevoel’ weer terug. Pas na 30x brokken gemalen bordkarton eten begrijpen smaakpapillen dat het gewoon brood is. Een weekendje Frankrijk bracht de eerste doorbraak: het stokbrood van de bakker proefde hij zowaar. Vive la baguette! Zijn kracht en energie namen toe en werken lukt weer voor een groot deel. Hij gaat steeds meer en beter eten, smaken komen langzaam terug. Aardappels, brood en thee gaan prima. Vlees meestal, koffie soms, chocola nog niet. Hij blijft slank maar is aangesterkt, pijnvrij en gaat met een wat lagere stem door het leven.

Behandeling geslaagd, en patiënt weer op de been mogen we nu zo tegen Kerst wel concluderen. Nog twee jaar lang iedere 8 weken op controle komen, afwisselend bij de KNO-arts en de radioloog. Zo zijn ze er snel bij mocht er toch nog een celletje van het plaveiselcelcarcinoom (jaja, weer wat geleerd) hebben overleefd dat denkt opnieuw te kunnen gaan woekeren. Mooi niet! Afgelopen maandag weer gecontroleerd. De arts was tevreden, zoals ik in de intro al schreef.

Mijn familiebalans slaat eind dit jaar ook positief uit. We hebben weliswaar afscheid moeten nemen van mijn 91-jarige oom Roelof, maar daar tegenover staat dat ik onverwacht een aantal verre ‘Oldenziel’-achterneven trof en gesproken heb. Na het afscheid werd het plan geboren om met mijn neef en nicht plus onze aanhang op familiebezoek te gaan. Begin volgend jaar een week naar Canada naar mijn allerliefste tante Jantje! Verder heb ik vorige week een geslaagd bezoekje bij mijn moeder afgelegd en heb bijgepraat met mijn zus.

Vlak voor Kerst komen we met Robin’s kant van de familie, in totaal 25 man, gezellig samen. Tot slot gaan we als kers op de taart voor het eerst in zes (!) jaar met z’n allen (zessen = gezin + Thijs) een paar dagen naar ons huisje in Frankrijk. Vond iedereen een heel goed idee (inderdaad met twee auto’s – over de verdeling wordt nog onderhandeld). Knus voor de kachel, spelletjes doen, hout hakken en genieten van het lekkerste stokbrood en kazen van de hele wereld.

Zo sluiten we dit lastige jaar toch op een mooie manier af.  Ik wens iedereen een gelukkig en vooral gezond 2018!

Wel een kunsthart, geen kanker gelukkig

IMG_0240

Artikel in AD over kunsthart.

‘…en ook vindt ze informatie van iemand met kanker die een kunsthart kreeg in afwachting van een donorhart.’ Zo lees ik het in de krant die we kochten na een belletje van mijn schoonmoeder. Een groot artikel* dat in alle uitgaves van het AD staat, begrijp ik later. Onmiddellijk besef ik dat dit citaat over Krijn gaat en over dit blog. Redactioneel slordigheidje, laten we het daarop houden, want gelukkig had Krijn geen kanker.

Ine Toll  (52) uit Stiphout wel, in haar hart zelfs, waardoor ze niet in aanmerking kwam voor een harttransplantatie. Ze las over het Syncardia totale kunsthart dat Krijn in leven hield en realiseerde zich dat het haar enige redding zou kunnen zijn. Het was een bruggetje naar het HDZ-NRW in Bad Oeynhausen en ‘onze’ hartchirurg Michiel Morshuis. (Hij redde Krijns leven in mei 2015 met het totale kunsthart en transplanteerde bijna vijf maanden later zijn tweede donorhart.) Ze greep de strohalm, nam direct contact met Duitsland op, bleef aanhouden, doorzetten en doorduwen. Bij artsen, psychologen en de verzekeraar. Wát een energie! Met resultaat: ze loopt dankzij Morshuis en zijn team als enige Nederlander rond met een totaal kunsthart als permanente oplossing. Leeft. Werkt. Viert Moederdag. Ja, zij is de persoon waar ik al eerder in een blog over schreef. Binnenkort ga ik op de koffie bij haar.

Het unieke verhaal van Ine zette me verder aan het denken. Het geeft een nieuw perspectief. Door Krijn ligt bij ons de focus de laatste jaren vooral op mensen met hartziektes/hartfalen, harttransplantaties, wachtlijstkeuringen, wachten op Het Belletje, donorschap, levenslange medicatie tegen afstoting, psychische effecten van leven met het hart van een ander,  gevoelens richting nabestaanden et cetera. Die komen we tegen bij Harten Twee, de belangenvereniging voor hart- en longgetransplanteerden en daar ligt onze (ervarings)deskundigheid. Bij Ine speelde kanker de hoofdrol.

Om in Nederland in aanmerking te kunnen komen voor een harttransplantatie moet je verder helemaal tiptop in orde zijn. Mag eigenlijk alleen je hart falen. Kanker of andere ziektes zijn een contra-indicatie waardoor je überhaupt niet op de wachtlijst kunt komen. Punt. Daar kun je van alles van vinden, maar met het enorme tekort aan orgaandonoren is het wel een begrijpelijke keuze. Je wilt zoveel mogelijk extra levensjaren toevoegen met een donororgaan. En ik ben geen arts, maar kan me voorstellen dat juist anti-afstotingsmedicatie daarbij een belangrijke factor is. Je afweer wordt omlaag gezet; dat lijkt me niet bevorderlijk bij bijvoorbeeld kanker. Die mensen kom je dus eigenlijk niet tegen bij de harttransplantatie (HTX-)afdelingen in Utrecht, Groningen en Rotterdam.

De regels in Duitsland zijn overigens vrijwel hetzelfde als in Nederland, maar door de schaalgrootte is er meer ruimte voor uitzonderingen en nieuwe stappen. Waaronder nu dus een totaal kunsthart als permanente oplossing. Niet alleen als brug naar een donorhart. In Nederland is pas sinds een jaar het steunhart als definitieve oplossing toegestaan. Bij hartfalen is vrijwel altijd de linkerkamer het probleem – die moet het hardste werken. Een steunhart, oftewel LVAD kan dan het eigen hart dan ondersteunen. Tot voor kort kwam je uitsluitend voor een steunhart in aanmerking als je al op de wachtlijst voor een donorhart stond. Dat is nu gelukkig losgelaten. Mensen kunnen jaren leven met een steunhart en willen soms helemaal geen donorhart meer.

Met een totaal kunsthart hoef je geen anti-afstotingsmedicatie te slikken en zou je in theorie meer mensen kunnen helpen. Fantastisch dus dat deze volgende stap nu gezet is. Iemand moet de eerste zijn. En dan kan het soms hard gaan: Krijn kreeg 21 mei 2015 als eerste Nederlander het Syncardia 50cc totale kunsthart ter overbrugging en op 1 juni 2016 kreeg Ine Toll als eerste Nederlander het kunsthart als permanente oplossing. Wie weet wat de toekomst gaat brengen. Wordt nog een flinke kluif voor verzekeraars, politici, ethici en medici.

Het directe resultaat van de inspanningen van hartchirurg Michiel Morshuis en de teams in het HDZ: Moederdag voor mij mét Krijn, en Moederdag van de kinderen van Ine mét moeder. Ik wens Ine nog heel veel Moederdagen toe!

 

* Het artikel in het Brabants Dagblad Ine Toll draagt haar hart in een rugzak.

Gefeliciteerd!

IMG_1003

Krijn alweer een jaar thuis!

Op 12 maart exact 21 jaar geleden was het geen zachte voorjaarsdag zoals dit jaar. Het was koud, ijskoud en er joeg een snijdende wind door Den Bosch rond het inmiddels gesloopte Groot Ziekengasthuis. Dat weten wij nog zo heel precies, omdat het de dag is dat Hugo geboren werd. Een prachtig klein mannetje met zwart haar en grote diepdonkerbruine ogen. Zo ongeveer het tegenovergestelde van de peuter van anderhalf die ons leven al was binnen gekropen; Krijn met zijn witblonde haren en felblauwe ogen. Twee jongetjes. Zo verschillend. En zo blij mee. Dat kleine ventje namen we dik ingepakt en veilig vastgegespt in het blauwgrijze easybob-babybakje mee naar huis. Waar het jonggezinsgeluksgevoel pas echt van start ging. Happy family met die twee minimannetjes.

Hugo is 21 geworden. Inmiddels een kerel van een kop groter dan ik, met nog even donker haar, een baard en die prachtige donkere ogen. Ons huis is het thuis van drie jongvolwassenen, waarvan de jongste toen nog niet eens was bedacht. Ze is nu met haar bijna 19 jaar zes maanden lang op wereldreis. Een wereld van verschil met toen. Op 12 maart feest dus en 11 maart ook. Het was exact een jaar geleden dat Krijn na 357 dagen het ziekenhuis verliet – waarvan het overgrote deel in Duitsland. Bijna een jaar, ruim langer dan een zwangerschap. Een periode waarin hij nog weer twee extra levens toegewezen kreeg.

Donderdag een week geleden was het nog even spannend. Opeens had hij ’s morgens 38,5 koorts. Lijkt niet veel, maar medicijnen houden zijn temperatuur altijd laag, dus het was echt veel te hoog. We schrokken best, want door zijn lage afweer kan zelfs een griepje of een verkoudheid heel gevaarlijk zijn. Er kwam hoofdpijn en een vervelende hoest bij, zondag stemverlies en wat gepruttel terwijl paracetamol de koorts onderdrukte. Na het weekend toch naar de huisarts gegaan. ‘Je kunt ook gewoon eerder contact opnemen he. Je wilt niet weten waar mensen over bellen in het weekend; dus in dit soort gevallen kun je dat zeker doen!’ Ze onderzocht hem, constateerde dat het hoog zat – geen longontsteking gelukkig – en schreef een breedspectrum antibioticakuur voor. ‘Ik vind het ook wel een beetje spannend en kan niet goed bepalen of ik met een bloedonderzoek geen valse uitslagen krijg door de medicijnen die je normaal al slikt, Krijn. Bel dus toch ook even met de cardioloog.’ Als we het echt niet hadden vertrouwd hadden we natuurlijk eerder contact opgenomen – direct met het ziekenhuis overigens.

Bij de eerstejaarscontrole afgelopen januari in Duitsland hebben we de knoop doorgehakt en besloten om de controles naar Nederland te verplaatsen. Dat betekent langzaam afscheid nemen van het HDZ-NRW in Bad Oeynhausen. Tot zijn eerste controle in het UMC Utrecht blijven we wel bloed opsturen naar Duitsland omdat hij helaas nog steeds niet stabiel is ingeregeld op de anti-afstotingsmedicatie. Ze bellen dan een paar dagen later altijd door hoe de medicatie aangepast moet worden. Dat blijft nog even.
Nu belde ik dus voor het eerst sinds tijden met Utrecht om te overleggen. ‘Goedemiddag, afdeling harttransplantatie’ is de vertrouwde en vriendelijke begroeting. Wel zo makkelijk, in het Nederlands. Maar iedere keer klinkt het confronterend. Ik weet nog de eerste keer dat ik onder het afdelingsbordje ‘hart- en longtransplantatie’ in de UMC-ziekenhuisgang door liep. Toen had Krijn ‘iets’ aan zijn hart. Oké, shit happens, maar iedereen heeft wel wat – en ik dacht dat hij daar na een paar controles niks meer te zoeken zou hebben. Gewoon verder leven met een hartafwijking, zoals zovelen dat doen. Het is zo gek, net of dat bordje of die stem aan de telefoon me iedere keer iets nieuws vertelt en ik me dan pas weer realiseer in welke werkelijkheid Krijn en wij leven. Met je neus op de feiten gedrukt worden – misschien is dat het wel.

Anyway, Krijn is een jaar thuis en het gaat goed. Een jaar geleden zag onze wereld er nog heel anders uit. Nu gaat hij dagelijks met veel plezier een paar uur naar een dagbesteding. Vlakbij, aan de overkant van de straat. Gezellig met andere jongeren, samen koken, eten, babbelen, boodschappen doen in het dorp en de hond van een van de begeleiders uitlaten. En sinds kort ook werken aan zijn conditie op de fitnessapparaten die daar staan. Zo komt er heel langzaam en stapje voor stapje meer structuur, energie, conditie, afwisseling en plezier in zijn leven. Heerlijk om te zien. Van de week ook eindelijk weer naar de kapper geweest, dus ik kon het niet laten om een foto te maken voor bij dit blog. Kan iedereen zelf oordelen of hij er met zijn nieuwe voorjaarskapsel goed uitziet – en vooral heel anders dan tijdens zijn ziekenhuisopnames.