Spatten van voorpret

Mijn vader in zijn jonge jaren

Mijn vader in zijn jonge jaren

Krrrkrrrkrrrr, telefoon. ‘Mam, heb je de radio aan, zet ‘m op de Top 2000. Nu doen hoor!‘ zegt ze dwingend. Als ik naar beneden loop, vult net het begin van Boudewijn de Groot, Welterusten meneer de President de woonkamer. Mooi nummer ja. Later thuis blijkt dat ze streaming – met vertraging – luisterde en het nummer ervoor bedoelde: Edith Piaf – Non, Je Ne Regrette Rien. Als ze het tegen me zegt, komt naar buiten wat me al dagen deprimeert en als chagrijn op mijn gezicht staat, en lopen de tranen spontaan over mijn wangen. Ik mis hem zo. Mijn vader. Op de crematie werd het nummer gedraaid direct voordat ik mijn afscheidswoorden mocht spreken. 2013, zijn laatste jaar. Non, je ne regrette rien…. Nee, ik heb nergens spijt van…. klonk het. Een leven vol hoogte- en dieptepunten. Net als 2013 voor mij.

Met 88 jaar onverwacht gestorven. Hij heeft tot verrassing van velen, inclusief zichzelf denk ik, zijn vrouw niet overleefd. Het is niet anders. En dat midden in de emotionele stroomversnelling waarin ons gezin toen toch al zat; het was pas drie weken na Krijns harttransplantatie. Het kaarsje van mijn vader ging uit en dat van Krijn flakkerde weer op. Zoals mijn vader 18 jaar daarvoor binnen 24 uur zijn moeder verloor en een kleinzoon kreeg, zo verloor ik binnen drie weken mijn vader en herleefde mijn zoon. Nu pas, achteraf, realiseer ik me hoe hoog mijn verwachtingen waren van de impact van zijn overlijden. Hoe belangrijk familiewarmte in mijn leven is geworden.

Dat ik hoopte op een ommekeer in mijn eigen en de familie van zijn vrouw, dat we elkaar zouden kunnen steunen en troosten. Elkaar zouden vinden in verdriet. Maar het mocht niet zo zijn. Helaas. Dat heeft me enorm veel pijn gedaan. Een absoluut dieptepunt, bovenop het verlies. Overigens volgde maanden later alsnog een onverwacht hoogtepunt toen ik hoorde van een oude vriendin van mijn vader en haar opzocht. Voor mij een ongekend gevoel om iemand met zoveel liefde en humor over mijn vader te horen spreken. Ze schetste met haar verhalen een leven dat ik niet kende.  Als het noodlot in 1949 niet had toegeslagen in de vorm van ziekte, was ik vast nooit geboren. En nu zaten we daar samen uren te kletsen, zijn oudste dochter en zijn oude vriendinnetje. Hoe bijzonder is dat…

In mijn jaaroverzicht 2013 hebben Krijn – Het Belletje en de achtbaan die daarop volgde – en mijn vader de hoofdrollen, dat moge duidelijk zijn. Lijstjes maken is een nogal stemmingsgevoelige bezigheid bij mij, dus geven geen getrouw jaarbeeld. Er schieten me zeker ook leuke momenten te binnen. Van drie beugelbekkies naar fraaie big smiles, Hugo’s eerste vakantie met vrienden naar Renesse, de stedentripjes met Cleo en het gaatjes prikken voor dochter en moeder  (15 en 51 jaar). Oorbellen zijn Leuk. Na meer dan een jaar in Nederland blijven voor Krijn, durfde ik eindelijk met Robin weer naar ons huisje in Frankrijk voor een weekend. Op werkgebied was natuurlijk 1 februari absoluut memorabel, toen ik ’s nachts om 2 uur werd gewekt met ‘ze zijn eruit, het wordt nationalisatie‘. Het beeld van minister Dijsselbloem die ’s morgens op tv zijn persconferentie gaf, staat op mijn netvlies gebrand. En altijd is daar Robin om de hoogste pieken en diepste dalen samen mee door te komen. In december was het 25 jaar geleden dat hij ‘ooit‘ tegen me zei. Nooit kunnen dromen dat we zo lang samen zouden zijn….

Zo komt aan 2013 een eind. Het eerste volle jaar van de tweede helft van mijn leven – ik word 100 immers :-). En dan start 2014. Met nieuwe kansen, nieuwe vooruitzichten. Voor diezelfde Krijn gaat zijn leven nu dan écht van start als hij achter zijn computer vandaan komt: eerst nog even een stageplek zoeken en dan mag hij vanaf derde week januari verder waar hij gebleven 2 jaar geleden is. Jazeker! Is geregeld met zijn oude school De Rooi Pannen. Met dank aan zijn geweldige voormalige mentor, mevrouw M.
Hugo heeft (alweer) een superstageplek gevonden bij De Groot Houtbewerkingsmachines en doorloopt zijn HighTechMetalektro-opleiding. Cleo gaat gestaag verder met voetbal (meiden A1 en invalster bij vrouwen 1) en ploegt zich daarnaast door Gymnasium 4. Robin gaat verder met zijn eigen bedrijf, werk en studie/promotie. Genoeg redenen om trots en vol vertrouwen 2014 in te gaan. Met misschien wel als mooiste vooruitzicht de zomervakantie. Plan is met z’n vijven – Krijn mag weer naar het buitenland vanaf mei als alles goed gaat – naar Canada te gaan. In ieder geval om mijn aller- allerliefste tante Jantje daar te bezoeken nu ze niet meer naar Nederland zal komen. Canada in de zomer, met de ‘kindjes’ die dan 16, 18 en 19 zijn. Ze spatten nu al van de voorpret. Misschien wel de laatste keer gewoon met z’n vijven als gezin op vakantie. Ja, ook 2014 wordt een memorabel jaar.

Terwijl ik dit slot schrijf, rolt de Top2000 op de achtergrond voorbij met achtereenvolgens de nummers Bitter Sweet Symphony, Papa en Heroes. Allemaal toepasselijk. Maar in de laatste minuten van 2013 zal ik bij Bohemian Rhapsody er aan denken dat mijn vader en ik bij dit nummer uit 1975 voor het eerst een overlap ontdekten in onze muzieksmaak, en een keer extra proosten. Gelukkig Nieuwjaar!

Zes dagen

Uitslapen na negende biopt

Uurtje uitslapen na negende biopt

De artsen zeiden dat het goed was om een dagboek bij te houden van de periode vanaf het moment dat je getransplanteerd was. Omdat je er zelf geen herinnering meer aan zou hebben later.’ Robin en ik kijken elkaar over Krijns schouders kort aan; zo’n herkenbaar zinnetje. Toen wij bij Krijns bed zaten vlak na de operatie, iPad en iPhone bij de hand, werden we direct aangemoedigd om foto’s te maken, met exact diezelfde reden. Ze slikt, kijkt even op naar de aanwezigen en leest verder vanaf haar aantekeningen uit die weken. ‘Ik zat de dag na de operatie in de tuin voor het ziekenhuis en dacht na. Dichterbij kon ik niet komen op dat moment. Het was een zware operatie geweest en je werd in coma gehouden, vertelden ze me.‘ Ze leest het met heldere stem en een vertrouwde tongval voor. Een kopie van de stem van degene die ze toespreekt. Haar zus Marja, die schuin naast haar in een houten kist ligt, omringt door bloemen en kaarsen. In de hoge ruimte met glazen wand sijpelt de zon binnen en beschijnt achter de haag de opmerkelijk uitbundige graven. Bijna Frans.

Marja heeft haar laatste strijd verloren. Al haar kracht en positiviteit ten spijt. Ze was jaren geleden – met haar inmiddels overleden man – naar ‘ons’ kleine Franse dorpje geëmigreerd. Van de 53 inwoners kregen er twee een donorhart dit jaar. Een onwaarschijnlijk toeval. Krijn in Nederland en vier maanden later zij, in Frankrijk. Drie weken na haar harttransplantatie in Nancy, sloeg het nieuwe hart plotseling op hol en bleek niet meer in te tomen. De artsen stonden machteloos en ze overleed. Pas 62 jaar. In oktober volgt een mis ter nagedachtenis in haar geliefde Frankrijk.
De begrafenis in Den Haag is in besloten kring. Met het merendeel van haar directe familie aanwezig. Een familie waar in de rij van elf broers en zussen, haar overlijden nu het eerste gat heeft geslagen. Als zevende geboren, als eerste overleden. Voor ons als vertegenwoordigers van het Franse dorp, is het een vervreemdende ervaring. Ondanks onmiskenbare verschillen tussen de broers en zussen, lijkt door de uiterlijke kenmerken Marja alom tegenwoordig in ons midden.

Uit het dagboek leest haar zus voor dat ze bij Marja logeerde toen midden in de nacht het telefoontje kwam en de ambulance haar naar Nancy reed. Ze vertelt hoe ze haar nareisde en in een klooster nabij het ziekenhuis onderdak vond. De artsen hielden haar als naaste op de hoogte. Zo wist ze dat Marja in coma werd gehouden na de transplantatie. Maar naar haar toegaan? Met eigen ogen zien hoe haar zus erbij lag? Nee, dat mocht niet. Pas na zes dagen. Het was een zware ingreep, toch ging het langzaam maar zeker de goede kant op. Ze was zwak, maar bij. Tot het donorhart plotseling anders besloot.

Het afscheid raakt ons; het drama van dit veel te vroege overlijden en de herkenning van de emoties rond de transplantatie. Een paniekgevoel overvalt me als ik me plotseling realiseer dat ook Krijn’s donorhart totaal onverwacht op dag twee zomaar op hol sloeg en de artsen rustig maar met (te)veel de IC binnenkwamen… Toen dat speelde, heb ik niet getwijfeld. Niet echt, al was het beklemmend: wij zaten samen aan zijn bed. Ontkenning? Ongetwijfeld, uit zelfbescherming.
Nu pas, maanden later, dringt door dat schild van zelfbescherming de uitgestelde angst naar binnen en ontneemt me de adem. Dat ik weet hoe het daarna verder ging – de artsen kregen het weer onder controle – maakt dat het gevoel weer wegebt.
Toch is wat mij op de begrafenis het meeste emotioneert iets anders: het idee zes dagen je geliefde naaste niet te mogen aanraken of zien. Zelfs niet vanachter glas.

Met terugwerkende kracht ben ik onvoorstelbaar blij dat Krijn in Nederland getransplanteerd is. In Utrecht. Met misschien wel de mooiste intensive care afdeling van Nederland. Waar hij na de operatie heengereden is en geïnstalleerd werd in een IC-bed. Aangekoppeld aan alle slangen, infusen, buizen en schermen. Direct toen dat klaar was, kwam de verpleging ons halen, legde alles uit en begeleidde ons naar zijn bed. Inclusief luchtsluis, handen wassen en beschermende kleding, uiteraard. Maar we konden ons kind met eigen ogen zien. Leuk? Nee, geen leuk gezicht. Ik weet niet – en wil er ook niet aan denken – wat ik gedaan had als ze me zes dagen weg hadden willen houden bij mijn kind. Ook als hij in coma zou liggen.

Misschien heeft het te maken met ‘kwaliteit van leven’. Respect, niet alleen voor de medische wetenschap en heelkunde, (‘infectiegevaar’, ‘rust’, ‘patiënt merkt niets van bezoek’) maar ook voor menselijke interactie, gevoelens en behoeften van naasten en de patiënt. Dat daar niet overal even vanzelfsprekend rekening mee gehouden wordt en respect voor is – ook niet binnen Europa – overvalt me.

Ik schrijf dit vanuit het AZU, terwijl naast mij Krijn een dutje ligt te doen na zijn 9de biopt. Op de bank van de dagbehandeling, onder de vriendelijke plafondverlichting met blauwe lucht. Dikke witte pleister in de nek, polsbandje om. Zometeen een hartfilmpje bij de hartpoli laten maken en een thoraxfoto bij radiologie. Dan weer naar huis. Vanmiddag telefonisch de uitslag. Die goed is – daar twijfel ik geen moment aan. Ik ga hem nu wekken en vertellen dat hij zachtjes snurkte. Want dat herinnert hij zich vast niet meer.

Literaire troost van A.F.Th.

Nét uit.

Nét uit.

Wat. Een. Geweldig. Boek.
Exact wat ik nodig had om weer op gang te komen – ook met mijn blogs. Want iedere keer als ik er aan eentje begon, verdwaalde ik en liep vast in dezelfde groef. Willen uitleggen, willen verklaren waarom iedere keer als ik me over wil geven aan het verdriet om het verlies van mijn vader, dat steeds ruw onderbroken en weggeduwd wordt. Vandaag was ik een extra dag vrij van mijn werk. Was op. Verzon 100 dingen die ik kon doen. Maar nog voor ik uit bed stapte zat ik al vast in het boek dat ik afgelopen zondag gekocht heb. De nieuwe A.F.Th. van der Heijden: De helleveeg. Heb het in één ruk uitgelezen, alle 244 pagina’s. Met één plaspauze, twee koppen koffie en een stroopwafel.

Relativerende en goedbedoelde opmerkingen uit mijn omgeving hielpen niet mijn gevoel van leegte en onmacht onder controle te krijgen. Dit boek wel. Ik kan het iedereen aanraden die lijdt onder verzuring en verbittering in familiaire sfeer. De vlijmscherpe literaire penneslijpsels van A.F.Th. hadden een acuut relativerende werking op mij. Mijn situatie valt reuze mee in vergelijking met die helleveeg. En die literaire relativering had ik even heel, heel erg nodig. Nu snel een blog over mijn vader, dan kan ik na morgen weer gewoon verder over Krijn:

De Leegte
Laatste keerEn toch is het anders. Anders dan vooraf gedacht. Want ik sprak mijn vader niet vaak en zag hem nog minder vaak, het kon wel. Ook nadat we met het gezin afscheid hadden genomen bij hem thuis. Onder toeziend oog van mijn stiefmoeder. Een laatste keer bij hem zitten, zijn hand vasthouden en omhelzen bij het afscheid – toen voelde hij zich nog sterk genoeg voor bezoek. Het was nog geen week na Krijns harttransplantatie. Een paar dagen later belde ik mijn vader (hij nam altijd zelf op) toch weer op om hem bij te praten over de geweldige vooruitgang van zijn kleinzoon en te vragen hoe het met hem ging. Bleef dat om de twee a drie dagen doen. Korte, schijnbaar onbenullige gesprekjes. Nu realiseer ik me hoe wezenlijk ze waren; ze gingen over leven en dood. Krijns leven, en zijn dood. In simpele telefoonmomenten gevat. Tot de verbinding verbroken werd. Die zaterdagmiddag – een paar uur voor zijn dood bleek achteraf – toen hij niet meer zelf opnam. Een paniekgevoel overviel me op dat moment, ik realiseerde me direct dat ik hem nooit meer aan de lijn zou krijgen. Het gesprek was afgebroken. De lijn dood. En ik werd onmiddellijk totaal losgekoppeld.

Op zijn crematie mocht ik spreken, dat had hij nog zélf afgesproken met de uitvaartondernemer. Ik deed mijn verhaal over de vader en zijn oudste dochter. Mijn leven met hem. Van mijn moeizame geboorte tot zijn standvastige sterven en het voortleven in zijn kleinkinderen. 51 jaar omvattend. Het was goed, ik weet zeker dat hij trots op me zou zijn. Vrijwel alle aanwezigen, inclusief zijn buren, de hulp en vrienden van het zangkoor en de biljarters bevestigden dat na afloop ongevraagd. Dat deed me onnoemelijk goed. Ik voelde me gehoord, begrepen en erkend. Wat wil een dochter nog meer.

Maar o, die leegte. Wat mis ik hem nu al. Sterker nog, ik mis hem met terugwerkende kracht als opa. De nadruk lag de laatste jaren vooral het steeds heftiger verzet van mijn stiefmoeder tegen een normaal contact tussen mijn vader met mij; als ware het een geheime liefdesrelatie en niet een familieband. Daar moest mijn vader zich aan ontworstelen om met zijn eigen dochter om te kunnen gaan (net als  zijn zusje in Canada, die op dezelfde wijze werd geweerd). Contact leverde hem altijd ruzies thuis op. Zomaar bij opa en oma op bezoek gaan was dan ook onmogelijk. Bij de voorbereiding van mijn afscheidswoorden voelde ik opeens dat mijn kinderen daardoor ook hun opa misgund is. De uitspraak van iemand tijdens de plechtigheid ‘hij was een geweldige opa’ raakte bij mij alsnog een open zenuw. Ja, dat klopt vast en zeker voor de kant van zijn vrouw. Mijn kinderen hadden daar ook graag meer van meegekregen.

Hij heeft voorvoeld hoe ongelofelijk belangrijk het zou zijn voor mij om één keer ten overstaan van alle mensen die hem kenden en dierbaar waren – en die van mij – mijn verhaal te doen. Mijn respect voor hem en begrip voor zijn keuzes uit te spreken. Ik had graag mijn verdriet met zijn vrouw gedeeld. Het mag niet zo zijn. Toch zal ik de afscheidsplechtigheid de rest van mijn leven koesteren als prachtig en waardig moment van afscheid. Dankjewel pap, waar je ook bent.

Zijn tijd

Vannacht, zondagochtend vroeg om kwart over vier is mijn vader overleden. Het was klaar.
Twee weken geleden zijn we met zijn vieren nog langs geweest om afscheid van hem te nemen. Krijn was toen net een paar dagen daarvoor getransplanteerd en kon niet mee. Na dat afscheid belde ik hem nog wel om de twee a drie dagen. Vooral om updates over Krijn te geven. Mijn vader verzwakte, maar bleef helder. Het nieuws dat het met zijn kleinzoon zo ongelofelijk goed gaat, deed hem goed en hij had vrede met zijn eigen afscheid.

Toen ik gistermiddag weer belde, nam hij niet zelf op – eigenlijk tot mijn verrassing – maar de dochter van zijn tweede vrouw. Zij meldde dat zijn infuus vrijdag was afgekoppeld en dat hij in slaap gehouden werd. Het was een kwestie van afwachten. De hele nacht ben ik wakker en in gedachten bij hem gebleven. Vanmorgen belde ze terug om te melden dat mijn vader om kwart over vier is overleden. Hij is 88 jaar geworden.

*Op bijgaande foto twee van zijn Mont Blanc-pennen, zijn duimstok en de mini-Sweda-kassa (het bedrijf waar hij directeur was) die hij me twee weken geleden heeft gegeven. Vooral de duimstok is mij dierbaar: als kind mocht ik hem soms aangeven als ik hem hielp met knutselen in huis. 

Uitdoven en opflakkeren

ziek hart, donorhart en gebroken hart

ziek hart, donorhart en gebroken hart (‘Gebroken hartje’ dicentra spectabilis)

Bijna 19 jaar geleden ging op zaterdagavond de telefoon. Mijn vader. Met het droeve bericht dat mijn oma (94 jaar) – zijn moeder – was overleden. Ik was hoogzwanger. Diezelfde nacht nog begonnen de weeën en die zondagmiddag werd Krijn geboren. Mijn vader verloor zijn moeder en werd opa binnen 24 uur. Hoe voel je je dan?

Afgelopen maandag had ik hem weer aan de telefoon. Uiteraard over Krijn die op de intensive care lag bij te komen van zijn harttransplantatie. Wonderbaarlijk een nieuw leven had gekregen. Mijn vader (88 inmiddels) had nog een boodschap. Hij had weer een paar dagen in het ziekenhuis gelegen voor zijn darmperforatie en ontstoken voedingsinfuus, maar was nu thuis. Met een wat vermoeide, maar vaste en zekere stem zei hij: ‘Mijn kaarsje dooft langzaam en Krijns kaarsje gaat steeds feller branden. Ik ben officieel terminaal patient en mijn huisarts adviseerde dat als ik nog afscheid wil nemen van mensen, dat het nu tijd is. Als het kan, willen jullie dan donderdag rond 2 uur met z’n vieren langskomen, heel kort hoor, om afscheid te nemen.’ Hoe voel je je dan?

Soms neemt je lichaam zichzelf in bescherming. Het verdooft en doseert je emoties. ‘Uiteraard komen we langs als het maar enigszins mogelijk is’, zei ik. Maar toezeggen durfde ik niet. Hellendoorn is een eind rijden vanuit het Zuiden en ook de afstand met Utrecht is behoorlijk. ‘Jullie gaan niet wedijveren met elkaar wie er het slechtste aan toe is hoor.’ Nou heeft iedereen de afgelopen dagen kunnen lezen hoe wonderbaarlijk goed het gaat met Krijn, dus we konden met z’n vieren naar mijn vader en Alie (zijn tweede vrouw met wie hij al meer dan 30 jaar samen en heel gelukkig is). Ook Rie, de weduwe van zijn pas twee maanden geleden overleden neef Wim was er. Wat een geweldige en sterke vrouw. Een voorbeeld.

Hoe neem je voor de allerlaatste keer afscheid van je vader die er weliswaar verzwakt maar totaal helder van geest bij zit? Als altijd in zijn eigen zwarte draaistoel bij het grote lage raam, uitkijkend over de zonovergoten en overvloedig bloeiende tuin, over de smalle straat en de frisgroene met geel bespikkelde weilanden die zacht omhoog glooien tot de bosrand van de Hellendoornse berg. Die stoel tussen de lage vensterbank en het kleine kastje, met alles wat hij nodig heeft keurig in het gelid onder handbereik uitgestald. De post, de tv-gids en afstandbediening, een glaasje water en een glaasje cassis. Hij vertelt terwijl ik op het krukje bij zijn knie zit en zijn hand met het infuus vasthoud: ‘Cassis ja, net als mijn moeder, jouw oma, die at al niet meer en dronk op het laatst alleen nog maar cassis, tot ze besloot dat het genoeg was. En toen was het klaar.’

Hij heeft sinds een week helemaal niets meer gegeten en krijgt alleen vocht via een infuus en wat thee – en cassis dus – binnen. Hij heeft ervoor gekozen zich niet meer te laten opereren of behandelen. Hij wil thuis zijn en waardig overlijden. Zijn kaarsje dooft langzaam maar zeker. Krijn, Hugo en Cleo hebben hun andere opa nooit gekend. Dit is de eerste keer dat er een direct familielid zal overlijden. Hoelang het nog duurt weten we niet, maar het zijn wel heel heftige weken. Krijg je/je broer op Dodenherdenking een nieuw leven, moet je vijf dagen later op Hemelvaartsdag afscheid nemen van je opa. Alledrie, ook Krijn – telefonisch vanuit zijn ziekenhuisbed – namen emotioneel maar dapper afscheid van hun opa. Bijzonder.

Robin verloor zijn vader plotseling, zonder afscheid. Nu, bij het afscheid van mijn vader kwamen ook woorden omhoog die twintig jaar hebben gewacht. Woorden op de grens van leven en dood, verleden en toekomst, en overgangen van generaties. Ze ontroerden niet alleen mijn vader en de rest die erbij stond – maar overstegen het moment en bereikten ook zijn eigen vader. Prachtig, dankjewel Ro.

Papa, lieve papa, ik mag niet overdrijven zei je als ik als oudste dochter op je crematie iets zou willen zeggen. Dat beloof ik. Het is niet overdreven als ik zeg dat ik ongelofelijk veel van je hou en je zal missen. Het is ook niet overdreven als ik zeg dat Oldenziels niet de makkelijkste mensen zijn. En het is ook niet overdreven als ik zeg dat ik trots ben. Trots op jou als vader, om zelf een Oldenziel te zijn en om de bloedlijn voort te zetten via Krijn, Hugo en Cleo.
Het leven gaat door.