Zes dagen

Uitslapen na negende biopt

Uurtje uitslapen na negende biopt

De artsen zeiden dat het goed was om een dagboek bij te houden van de periode vanaf het moment dat je getransplanteerd was. Omdat je er zelf geen herinnering meer aan zou hebben later.’ Robin en ik kijken elkaar over Krijns schouders kort aan; zo’n herkenbaar zinnetje. Toen wij bij Krijns bed zaten vlak na de operatie, iPad en iPhone bij de hand, werden we direct aangemoedigd om foto’s te maken, met exact diezelfde reden. Ze slikt, kijkt even op naar de aanwezigen en leest verder vanaf haar aantekeningen uit die weken. ‘Ik zat de dag na de operatie in de tuin voor het ziekenhuis en dacht na. Dichterbij kon ik niet komen op dat moment. Het was een zware operatie geweest en je werd in coma gehouden, vertelden ze me.‘ Ze leest het met heldere stem en een vertrouwde tongval voor. Een kopie van de stem van degene die ze toespreekt. Haar zus Marja, die schuin naast haar in een houten kist ligt, omringt door bloemen en kaarsen. In de hoge ruimte met glazen wand sijpelt de zon binnen en beschijnt achter de haag de opmerkelijk uitbundige graven. Bijna Frans.

Marja heeft haar laatste strijd verloren. Al haar kracht en positiviteit ten spijt. Ze was jaren geleden – met haar inmiddels overleden man – naar ‘ons’ kleine Franse dorpje geëmigreerd. Van de 53 inwoners kregen er twee een donorhart dit jaar. Een onwaarschijnlijk toeval. Krijn in Nederland en vier maanden later zij, in Frankrijk. Drie weken na haar harttransplantatie in Nancy, sloeg het nieuwe hart plotseling op hol en bleek niet meer in te tomen. De artsen stonden machteloos en ze overleed. Pas 62 jaar. In oktober volgt een mis ter nagedachtenis in haar geliefde Frankrijk.
De begrafenis in Den Haag is in besloten kring. Met het merendeel van haar directe familie aanwezig. Een familie waar in de rij van elf broers en zussen, haar overlijden nu het eerste gat heeft geslagen. Als zevende geboren, als eerste overleden. Voor ons als vertegenwoordigers van het Franse dorp, is het een vervreemdende ervaring. Ondanks onmiskenbare verschillen tussen de broers en zussen, lijkt door de uiterlijke kenmerken Marja alom tegenwoordig in ons midden.

Uit het dagboek leest haar zus voor dat ze bij Marja logeerde toen midden in de nacht het telefoontje kwam en de ambulance haar naar Nancy reed. Ze vertelt hoe ze haar nareisde en in een klooster nabij het ziekenhuis onderdak vond. De artsen hielden haar als naaste op de hoogte. Zo wist ze dat Marja in coma werd gehouden na de transplantatie. Maar naar haar toegaan? Met eigen ogen zien hoe haar zus erbij lag? Nee, dat mocht niet. Pas na zes dagen. Het was een zware ingreep, toch ging het langzaam maar zeker de goede kant op. Ze was zwak, maar bij. Tot het donorhart plotseling anders besloot.

Het afscheid raakt ons; het drama van dit veel te vroege overlijden en de herkenning van de emoties rond de transplantatie. Een paniekgevoel overvalt me als ik me plotseling realiseer dat ook Krijn’s donorhart totaal onverwacht op dag twee zomaar op hol sloeg en de artsen rustig maar met (te)veel de IC binnenkwamen… Toen dat speelde, heb ik niet getwijfeld. Niet echt, al was het beklemmend: wij zaten samen aan zijn bed. Ontkenning? Ongetwijfeld, uit zelfbescherming.
Nu pas, maanden later, dringt door dat schild van zelfbescherming de uitgestelde angst naar binnen en ontneemt me de adem. Dat ik weet hoe het daarna verder ging – de artsen kregen het weer onder controle – maakt dat het gevoel weer wegebt.
Toch is wat mij op de begrafenis het meeste emotioneert iets anders: het idee zes dagen je geliefde naaste niet te mogen aanraken of zien. Zelfs niet vanachter glas.

Met terugwerkende kracht ben ik onvoorstelbaar blij dat Krijn in Nederland getransplanteerd is. In Utrecht. Met misschien wel de mooiste intensive care afdeling van Nederland. Waar hij na de operatie heengereden is en geïnstalleerd werd in een IC-bed. Aangekoppeld aan alle slangen, infusen, buizen en schermen. Direct toen dat klaar was, kwam de verpleging ons halen, legde alles uit en begeleidde ons naar zijn bed. Inclusief luchtsluis, handen wassen en beschermende kleding, uiteraard. Maar we konden ons kind met eigen ogen zien. Leuk? Nee, geen leuk gezicht. Ik weet niet – en wil er ook niet aan denken – wat ik gedaan had als ze me zes dagen weg hadden willen houden bij mijn kind. Ook als hij in coma zou liggen.

Misschien heeft het te maken met ‘kwaliteit van leven’. Respect, niet alleen voor de medische wetenschap en heelkunde, (‘infectiegevaar’, ‘rust’, ‘patiënt merkt niets van bezoek’) maar ook voor menselijke interactie, gevoelens en behoeften van naasten en de patiënt. Dat daar niet overal even vanzelfsprekend rekening mee gehouden wordt en respect voor is – ook niet binnen Europa – overvalt me.

Ik schrijf dit vanuit het AZU, terwijl naast mij Krijn een dutje ligt te doen na zijn 9de biopt. Op de bank van de dagbehandeling, onder de vriendelijke plafondverlichting met blauwe lucht. Dikke witte pleister in de nek, polsbandje om. Zometeen een hartfilmpje bij de hartpoli laten maken en een thoraxfoto bij radiologie. Dan weer naar huis. Vanmiddag telefonisch de uitslag. Die goed is – daar twijfel ik geen moment aan. Ik ga hem nu wekken en vertellen dat hij zachtjes snurkte. Want dat herinnert hij zich vast niet meer.

Dag voor dag. Biopt 3

Die kleurencombi doet niemand goed.

Die kleurencombi doet niemand goed.

De emotionele achtbaan waar wij met ons gezin in zitten de afgelopen periode neemt nog niet echt af in snelheid. Iedere dag schieten er nieuwe emoties door me heen. Gedachten over verleden, heden en toekomst vechten allemaal om een plekje in mijn hoofd.

Om er iets meer vat op te krijgen, is schrijven altijd een goed instrument voor mij. Maar wat als je aan de ene kant een update wilt geven over het spannende derde biopt dat Krijn dinsdag heeft gehad in het AZU, en je aan de andere kant druk bezig bent met een afscheidswoord voor de crematie van je vader vrijdag?

Om mezelf wat rust in mijn hoofd te gunnen, ben ik gisteren gaan werken: kon ik me concentreren op het redigeren van een artikel over klanttevredenheid en het maken van een narrowcastingscherm over de RvB Tournee. Dat relativeert. Niet dat de toestand van Krijn en het overlijden van mijn vader niet ter sprake kwam overigens.

De verhalen van een aantal collega’s over het afscheid van een ouder hebben me laten zien dat het weliswaar pijnlijk is – en ook na jaren nog vlak onder de oppervlakte kan liggen – maar vooral dat het iets is waar vrijwel iedereen op een gegeven moment doorheen moet. Sterker nog, dat ik als een van de oudsten op de afdeling mijn beide ouders nog had, is eigenlijk al opvallend. Afscheid moeten nemen van een ouder is een redelijke zekerheid. Een natuurlijk gegeven, al komt het moment altijd onverwacht. Hoe dan ook. Die overeenkomst biedt ook troost. Dank lieve collega’s voor jullie medeleven en openhartigheid. En de goede tips voor het uitspreken van mijn afscheidswoorden naar mijn vader vrijdag.

Maar goed: dinsdagochtend met z’n drietjes (Robin, Krijn en ik) in alle vroegte in de file naar het AZU voor zijn derde biopt. Eerst buisjes halen voor de bloedafname en dan door naar de HCK (Hart Catheterisatie Kamer). Daar wordt hij op de dagpoli opgenomen. Een ruimte met vijf bedden en drie aparte kamertjes. In het midden de verpleegpost en een vrolijk modern zitje – inclusief koffieautomaat – als wachtruimte.

Krijn kreeg bed vier, mocht zich omkleden in oranje ziekenhuishemd en zette een kek groen mutsje op. Er was nog wat verwarring en twijfel of het halve pilletje dat hij had gekregen om te ontspannen nou wel of niet had gemogen. Er zat valium in en daar wordt hij wel érg suf van: eerder was hij er uren out van gegaan. Een echt allergische reactie is het niet, maar vooral onhandig als je na de ingreep voor een thoraxfoto moet en dan weer naar huis kan. Het halfje bleek achteraf goed te doen.

Na het biopt (weer een nieuw gaatje erbij) kwam hij met een mooie pleister in zijn hals weer terug. Uurtje uitslapen, bloeddrukcontrole en na goedkeuring door voor de thoraxfoto. Die was zo gepiept. Toen weer naar huis. Ben je in totaal zeker een halve dag mee kwijt. In de middag kreeg Robin de uitslag telefonisch door – die is belangrijk in verband met eventuele aanpassingen in zijn medicatie tegen afstoting.

Alles was goed! Geen aanpassingen in de medicatie. Sterker nog, de poli-afspraak die voor vrijdag stond en die verplaatst zou worden naar donderdagochtend, is helemaal vervallen. We hoeven pas volgende week woensdag weer terug naar het AZU. Dan krijgt hij zijn vierde biopt. Daarna nog 10 te gaan.

Nu eerst focussen op vrijdag. Dag voor dag, dan komen we er wel.

…thuis best

Welkom thuis met knuffels van broer en zus.

Welkom thuis met knuffels van broer en zus.

Dit is blog nummer 100 zag ik zojuist. Toeval? Nee, dat bestaat niet volgens mij. Een belangrijk blog met een update van de afgelopen dagen.

Dinsdag 21 mei

  • Tweede biopt. Uitslag is goed.
  • Thoraxfoto. Uitslag is goed.
  • Einde middag komt de zaalarts de laatste 2 draadjes voor een externe pacemaker eruit halen.
  • Cardiologe K. komt langs. Ze overhoort Krijn of hij weet wanneer hij het ziekenhuis moet bellen als hij thuis is. ‘Als ik meer dan 0,5 graad verhoging heb, als ik diarree heb, als ik opeens meer dan een kilo aankom, als ik griepachtige verschijnselen heb of het gewoon niet vertrouw. En ik mag niet fietsen, zwaar tillen of stofzuigen de eerste zes weken.’ Uitslag: geslaagd. Hij mag in principe morgen naar huis na de echo. (Om alle afspraken en medicatie en dergelijke bij te houden, kan hij met zijn Digid inloggen op een speciale site van het UMC. Handig. De noodzakelijke activatiecode voor sms-inloggen is inmiddels aangevraagd. Die ontvangt hij per brief. Lekker modern.) 
  • Die dinsdagavond zijn ook de allerlaatste plakkers van het hartritmekastje eraf gehaald. Hij slaapt voor het eerst in 2,5 week helemaal ‘los’. 

Woensdag 22 mei

  • Lekker geslapen en gegeten. Om 15.00 uur lopen we met z’n drietjes naar de afdeling om een echo van het hart te laten maken. Robin en ik mogen meekijken. 
  • Rond 16.00 uur komt (andere) cardioloog dokter K. voor het ontslaggesprek langs. Hij neemt alles nog een keer door. De medicijnen, de poli-afspraken en de biopten en dan…. mag Krijn mee naar huis! 

Na 2,5 week is onze geweldige vent thuis. De vlag hangt uiteraard uit, met het tasje van Harten Twee eraan. Een geslaagde operatie, dat kunnen we wel stellen. Hugo en Cleo hebben slingers opgehangen en een cake gekocht. Met brandende sterretjes en dikke knuffels verwelkomen ze hun broer.

Donderdag 23 mei
Vanochtend heeft Krijn voor het eerst weer gedoucht (ja, gewassen werd hij wel hoor, maar lekker douchen miste hij behoorlijk). Zo kon hij frisgewassen weer achter zijn eigen computer plaatsnemen om zijn (Minecraft)vrienden van over de hele wereld te vertellen wat er allemaal gebeurd is de afgelopen tijd. Hoewel, hem kennende blijft het waarschijnlijk beperkt tot iets als ‘Hoi, ik ben er weer, alles is goed. Kom, gaan we verder…’

Nu nog zorgen dat het medicijnen innemen routine wordt: 6x per dag een hele lading. Dinsdag terug naar het AZU voor het volgende biopt en vrijdag eerste poli-afspraak.

Donorhart 12 of 13

‘Komt dat nou vaak voor, zo’n harttransplantatie?’ Die vraag wordt ons nogal eens gesteld. Wie me kent, weet dat ik altijd alles wil weten en dat ik het dus heb uitgezocht. Vorig jaar zijn in Nederland 37 harttransplantaties uitgevoerd (in 2011: 44). Deze harttransplantaties gebeuren in één van de drie ziekenhuizen die daarvoor ingericht zijn: het Erasmus MC in Rotterdam (met specialisatie voor kinderen), het UMC Groningen of UMC Utrecht – waar ook Krijn is geopereerd.

Voor 2013 zijn de getallen tot en met april ook al bekend: de teller stond op Koninginnedag op 11 harttransplantaties. Waarschijnlijk is Krijn dus nummer 12 of 13 dit jaar. Niet gek dus dat wij het steeds hebben over een bijzondere gebeurtenis; dat is het ook. Bepaald geen lopendebandwerk.*

De wachtlijst is trouwens behoorlijk langer: eind april 2013 stonden er 81 (in 2012: 67) mensen op de wachtlijst voor een harttransplantatie in Nederland. De wachtlijst is dus langer geworden, terwijl het aanbod donorharten afgenomen is.

Andere – misschien nog wel vaker gestelde – vraag is of we iets weten van de donor. Nee dus. Het is een held, hoe dan ook. En als ik voor mezelf spreek, ik denk er wel aan. Vaak zelfs. Heel bewust een dag of wat na de operatie – de dag waarop de familie en naasten van de donor waarschijnlijk definitief afscheid hebben genomen. Iemand – of zijn/haar naasten – heeft de beslissing genomen orgaandonor te zijn. Dat die dan ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden om een ander het leven te redden, is bijna onvoorstelbaar. Wij hebben het meegemaakt en gezien wat een cardio-chirurg en zijn team in 5,5 uur kan verrichten. Als leek noem je dat een wonder.

We weten alleen dat de donor maximaal 45 jaar was, rond de 1.75 cm lang en met bloedgroep B-positief. En dat het hoe dan ook een drama voor de nabestaanden is. Ze hebben veel te vroeg afscheid moeten nemen van hun naaste, afschuwelijk. Meteen na het belletje van de cardioloog en voor de operatie hebben we het er wel over gehad. Op dat moment realiseer je je heel goed waardoor het mogelijk is dat er misschien een donorhart beschikbaar is. Want tot op het allerlaatste moment – zelfs toen Krijn al op de operatiekamer lag – was het nog onzeker of de transplantatie door zou gaan. 

Dankbaar is het enige woord dat in de buurt komt. Als ouder een kind te verliezen (grote kans dat de ouders van de donor nog leven) is het meest verschrikkelijke wat je kan overkomen. Ik hoop dat het gegeven dat het hart van hun naaste iemand anders, Krijn in dit geval, een nieuw leven heeft geschonken op de een of andere manier een heel klein beetje troost kan bieden. Nee, troost vast niet, maar af en toe een scherpe pijnscheut iets kan verzachten. Is het niet nu, dan misschien later.

Als Krijn het zou willen, kan hij over een half jaar of een jaar een brief schrijven aan de nabestaanden van de donor. Anoniem overigens, via het ziekenhuis. De nabestaanden kunnen daar eventueel op reageren met een brief. Ook anoniem. In Nederland is het in verband met ethische en psychologische redenen niet gebruikelijk om open te zijn over de identiteit van de donor.  (Overigens is er ook een relatief nieuw platform Donadona.nl waar nabestaanden en donoren zich kunnen inschrijven. Als er een wederzijdse match én wens is, kunnen ze met elkaar in contact komen). 

Het is nu nog veel te vroeg voor zo’n brief en Krijn heeft er op dit moment absoluut geen behoefte aan. Eerst maar eens bijkomen van die bijzondere operatie en langzaam zijn nieuwe leven gaan bekijken en invullen.

*Voor de geïnteresseerden ook de cijfers voor nieren: t/m april 2013 zijn er 156 nieren getransplanteerd (heel 2012: 450). Handig is natuurlijk dat een donor twee nieren heeft. De wachtlijst is ook veel langer: eind 2012 wachtten 829 mensen op een nier. Niertransplantaties worden in 10 Nederlandse ziekenhuizen uitgevoerd.

Dag Drie

Uitzicht vanuit familiekamer 5 op binnentuin.

Uitzicht vanuit familiekamer 5 op binnentuin.

Een harttransplantatie is een zware operatie. Daar zal iedereen het over eens zijn.
Wat dat dan precies inhoudt en waar het uit blijkt, is veel minder duidelijk. De cardioloog die vandaag langs kwam, gaf wat extra uitleg over hoe nu verder. Het was Krijns vast poli-cardioloog die in oktober 2011 voor het eerst het woord harttransplantatie had laten vallen, waardoor Krijn na lang afwegen en wennen en de screening uiteindelijk op 6 juni 2012 officieel op de wachtlijst kwam. Dokter K. legde uit dat er geen vast pad is. Maar áls er iets van een ‘volgens het boekje-harttransplantatie’ bestaat, dan volgt Krijn keurig dat boekje.

Om iets meer beeld te geven; volgens het boekje zou hij ongeveer 3 weken in het ziekenhuis moet blijven. Vanaf morgen, eigenlijk al vandaag, kan hij van de intensive care af. Even wachten op een plekje, dus vannacht blijft hij nog op de IC.

Dag drie, daar zit hij nu medisch gezien op. De artsen beginnen te tellen bij de dag van de transplantatie, dag nul. Het moment waarop hij volgehangen en beplakt met slangen, buizen, infusen, pleisters en meters de ic op werd gereden. Een eeuwigheid geleden. Want het is bijna niet voor te stellen hoe snel dingen gaan. Voor ons als ouders waren de grootste positieve stappen tot en met dag drie:
– het eerste oogcontact na de operatie (voor hij weer wegzakte)
– het eruit halen van de beademingsbuis
– het daaropvolgende eerste woordje ‘dorst’
– het weghalen van de wonddrains uit zijn borstholte
– het weghalen van de neussonde met voeding en zuurstofslangetje voor zijn neus
– het eerste slokje drinken en bordje cornflakes
– het weghalen van een hele batterij infusen uit zijn nek en de pleister op zijn borst
– en vanmiddag om vier uur: een half uurtje uit bed op de stoel gezeten! Een wonder.
Je zou bijna denken dat ie over drie dagen naar huis kan dan… Maar zo is het niet.

Er zijn 6 familiekamers op 36 ic-bedden. Robin en ik hebben hier de hele periode mogen doorbrengen. De eerste nacht met z’n vieren, daarna gingen Hugo en Cleo couche surfen (nachtje naar huis, nachtje bij oma en nachtje bij grote nicht die het hele huis voor zich alleen had).

Afgelopen nacht ben ik tot 3 uur bij Krijn gebleven omdat hij enorm onrustig was en steeds wilde zitten ‘laat me álsjeblieft vijf minuutjes rechtop zitten!’ Hij probeerde steeds omhoog te komen, een hele trits infusen en snoeren meeslepend die gevaarlijk spanden. Zo aandoenlijk. Al die onrust en pijn en ongemakken. Nu hij van het merendeel af is, geeft dat rust. Al is op zijn zij liggen niet echt een aanrader in verband met zijn opengezaagde borstbeen.

Met dank aan de goede verpleging is Krijn nu verreweg de meest ‘gezonde’ patiënt op de ic. Voorbijlopende verpleging keek vandaag verbaasd de kamer in; een patiënt die met minimale ondersteuning zelf op een stoel gaat zitten, zien ze niet vaak.

Stabiel kunnen we Krijns toestand dus wel noemen. Niet dat hij er nu is, want het moet eigenlijk nog beginnen. Vrijdag krijgt hij zijn eerste biopt (klein ‘hapje’ uit zijn hart) om te zien of er afstotingsverschijnselen zijn. Dat moet wekelijks gebeuren in het begin. Ook als hij na drie weken thuis zou zijn.

Maar aan het eind van deze derde dag gaan wij voor het eerst weer naar huis met z’n vieren. Genieten van de mooie bloemen die mijn werk heeft laten bezorgen en die we alleen op foto hebben gezien.

Wedergeboorte

Eigen kamer in IC centrum

Eigen – fraaie – kamer op de IC in het AZU

De eerste vierentwintig uur met een donorhart zitten er voor Krijn vanochtend op. Wij zullen hem later moeten vertellen hoe hij deze periode is doorgekomen. Iedere patiënt reageert anders na de operatie, de verschillen zijn enorm. Krijn ligt er even breekbaar en stil bij als een pasgeboren baby. Hij wordt in slaap gehouden, ogen dicht en hij kan niet praten. Het is als een wedergeboorte. Of hij al helemaal beseft dat hij daadwerkelijk getransplanteerd is weten we niet; de verpleging zegt het wel iedere keer tegen hem als hij zich tijdens de verzorging beweegt.

Soms trekt hij een been op, verlegt een hand of probeert zijn hoofd wat te draaien. Om te voorkomen dat hij de beademingsbuis uit zijn mond trekt zijn z’n handen met linten aan de zijkant van het bed vastgemaakt. Zo heeft hij wel bewegingsvrijheid maar niet genoeg om bij zijn gezicht te komen. Overigens is de beademingsfunctie nu zo ingesteld dat hij ondersteund wordt, niet meer dat het apparaat de beademing doet.

Net als vorige keren dat hij in een ziekenhuis lag, kreeg hij een klemmetje op zijn wijsvinger om een standaard bloedwaarde te meten. En net als die vorige keren duwde hij al snel met zijn middelvinger het klemmetje eraf. Typisch Krijn, zo’n gewoontegebaar. Er is nu een plakker voor in de plaats gekomen met een pleister.

Het totaal aantal slangen aan infusen met medicatie, slaapmiddel, pijnstiller, buizen voor wondvochtafvoer, plas, lucht, en een neussonde met voeding en dergelijke heb ik niet geteld. Dat is bepaald anders dan toen hij net geboren was. Toen hij gisterochtend op de IC kwam en we hem voor het eerst even mochten zien, stond de verdoving wat lager. Hij deed zijn ogen even open toen wij iets tegen hem zeiden. Robin herkende het direct: net zoals toen hij pasgeboren voor het eerst zijn ogen opende en er onwennig mee rolde. Hallo wereld, hier ben ik.

Vandaag is het plan om heel langzaam de slaapmiddelen wat te verminderen. Tot nu toe pieken bij de minste inspanning allerlei waarden – bloeddruk, hartslag en dergelijke. De artsen zien het liever iets geleidelijker, dus ze zijn voorzichtig. Alles moet wennen en opnieuw ‘ingesteld’ worden. Vandaag is er overleg tussen de intensivist en de cardioloog, dat wachten we af. Beetje dubbel is dat ik het heerlijk vind om te zien dat hij op ons reageert, maar het mag allemaal nog niet teveel. Rustig afwachten.

Hoewel rustig, niet bepaald als je kijkt naar de enorme en gestage stroom van berichten, mails en smsjes. Uit allerlei hoeken krijgen we medeleven, felicitaties en lieve woorden. Voor Krijn én voor Hugo, Cleo en ons.
We wonen al jaren in het Zuiden, waar naar goed katholiek gebruik mensen kaarsjes opsteken voor anderen die het moeilijk hebben, ziek of overleden zijn. Mij als humanist heeft dat gebruik gevoelsmatig nooit veel gedaan. Uit de vele reacties die we ontvangen blijkt dat er tussen al die wakkerende vlammetjes nu ook voor Krijn kaarsjes branden. Prachtig beeld. Het raakt en ontroert me.

Het hart dat ie had

Het kwam. Het belletje. Gisteren. Hugo nam op. En dan gaat het even snel als tergend langzaam. Opeens neem je afscheid en dan begint het wachten. Pas op het allerlaatste moment hoor je of het donorhart definitief geschikt is. Midden in de nacht en hij was toen al een uur weg bij ons.
Vannacht is Krijn geopereerd en had hij zijn harttransplantatie. Na 5,5 uur opereren hoorden we dat de chirurg tevreden was en Krijn naar de Intensive Care kon. Vooral de laatste uren was het wachten zenuwslopend. En met z’n vieren op een tweepersoonsfamiliekamer is niet echt riant. Veel slaap en rust gaf het niet.
Inmiddels is hij op de IC. Hij wordt continu in de gaten gehouden. Ligt aan de beademing en ze houden hem onder zeil. Er is verder nog niet echt iets zinnigs over te zeggen. De zin die de vriendelijke chirurg na de operatie uitsprak en het meeste indruk op me maakte was: ‘Het hart dat ie had, was wel héel ziek, mevrouw Krijgsman.’
We hebben zijn nieuwe hart ook gehoord. De intensivist gaf de stethoscoop na haar onderzoek aan Cleo zodat ze het met eigen oren kon horen kloppen. Hij doet het. Echt. Dank, donorheld dank.

Nu is het wachten, hopen en erop vertrouwen dat alles gaat werken zoals het moet. Het hart natuurlijk, de longen en de rest van zijn lijf. De zorg is prima, lief en meelevend. De reacties trouwens ook.
Afwachten, er zit niets anders op.

Keerzijde van keuzevrijheid

Weekendupdate na vorig bericht. Cleo: met 2-0 gewonnen, zelf gescoord. ‘eentje voor papa en Hugo en eentje voor Krijn en jou’ aldus het smsje dat ze stuurde. Zaterdag zullen we haar extra hard aanmoedigen voor de competitiewinst. Hugo en Robin hadden een topweekend bij de Minecraft convention in Eurodisney Parijs. Inclusief kennismaking en handtekening van Captain Sparklez (Wie? Nou gewoon, die met 2 miljoen volgers op youtube…).

Krijn en ik vertrokken zaterdag vroeg naar Harten Twee. Na een avontuurlijke reis met treinen en bussen, zette de taxi ons af voor de entree van het prachtige jaren 30-landhuis Woudschoten, verscholen in de bossen van Zeist. Mooie locatie, smaakvol gemoderniseerd. De bijeenkomst was net begonnen en terwijl we binnenslopen hoorde ik de vraag aan de bijna 50 aanwezigen wie op de wachtlijst voor een hart of longen staat… veel vingers gingen de lucht in. De langstwachtende al Lees verder