Feestdag?

'Babylampje' met ballonnen. En pleister waar plasmaferesekatheter zat.

‘Babylampje’ met ballonnen. En pleister op de plek waar de plasmaferesekatheter zat.

‘We moeten even kijken of het lukt. Het is natuurlijk wél een feestdag’, had de zaalarts afgelopen week gezegd. Nou, om die laatste plasmaferese meteen als feestdag te bestempelen ging me wat ver eerlijk gezegd. Even later viel het kwartje pas: het is maandag Koningsdag. En dan worden zondagsdiensten gedraaid. Niet alleen bij de NS, ook in ziekenhuizen. Kunnen de collega’s van de dialyseafdeling ook meedoen met de Oranje-feestelijkheden.

Behalve eentje. Die moest werken op deze Koningsdag om de plasmaferese te doen bij Krijn. En al stond het op het bord gepland voor 14.00 uur, het indrukwekkende apparaat werd al om half tien binnen gereden. Hoorden wij tegen 12 uur. Toen ik belde was blijkbaar net weer het filter verstopt, want het moest ook nu halverwege vervangen worden. Krijn had wel pijn in zijn armen en schouders, maar het was te harden, vertelde de verpleegkundige. Hij had ons ook niet gebeld of laten bellen. Vond dat niet nodig blijkbaar. Hij wilde het zelf en alleen doen.

Inmiddels is Robin de middag en avond weer bij hem. Broer Hugo had al maanden geleden een kaartje voor het Kingsday Festival in Den Bosch aangeschaft en zus Cleo is naar Amsterdam. Ik ben thuis, lekker in de tuin aan het rommelen, onze vier hennen aan het verwennen en een beetje huishouden doen tussendoor. Niet teveel natuurlijk. Net wel even met de fiets de feestelijkheden in het dorp verkend, om te concluderen dat ik toch liever thuis ben.

Verder moet ik zeker melden dat zondag een goede dag was voor Krijn. Hijzelf gaf een dikke 5,5, maar ik overrule hem op dit blog: ik kan écht niet anders dan concluderen dat zondag het allereerste zes-minnetje was. Grootste tegenslagen: z’n moeder die zeurde dat zijn warme eten minimaal voor de helft op moest en dat ze die 6 eruit probeerde te trekken. Zeg nou zelf, dan valt het toch mee?
Aan de positieve kant: geen pijn erger dan een 3, zuurstofmasker weer vervangen voor het slangetje, voetmassage van z’n moeder (die ziet dat de enorme vochtophopingen vrijwel weg zijn; wat betekent dat het hart iets goed doet). En dan al dat leuke bezoek; op een gegeven moment maar liefst acht familieleden om zijn bed! Dat hebben we even wat gedoseerd, het blijft een intensive care natuurlijk, ook in het weekend. Niet te vergeten de lekkere mango van oma en een speciaal vers gemaakt pistoletje zalm en roomkaas. Hij had behoorlijk energie, was goedgeluimd en genoot. Waarom dan geen zesje? Heel eenvoudig: het contrast met de voorgaande dagen wil hij niet te groot maken. ‘En mam, hou nou op met zeuren, een 5,5 is ook een voldoende hoor!’ Ik gaf me gewonnen, maar kan het niet laten het hier toch te melden.

De plasmaferese is nu dus klaar – de zes keer zijn achter de rug. Zes keer 16 flessen (ja, meer dan ik eerst zei) ‘fabrieksplasma’, twee zakken donorplasma en tenslotte twee flessen immunoglobuline via het infuus. Vanmiddag is de katheter uit zijn hals gehaald. Weer een stel slangen en verbinding naar buiten minder. Eruit halen is zo gepiept, maar het stelpen duurt wel lang door alle bloedverdunners die hij krijgt. Het is gelukt (zie foto). Al eerder vandaag gaf Robin door dat het ‘babylampje’ weer aan zijn oor geplakt is. Omdat hij steeds meer boven- en onderdruk lijkt te krijgen, is de saturatie (zuurstofgehalte) in het bloed beter te meten. Nog niet optimaal, maar het gaat. De afgenomen bloedgassen geven in ieder geval steeds goede uitslagen. Het slangetje voor zijn neus is nog niet weg, maar wie weet.

Vandaag toch weer veel pijn in zijn schouders en armen, vooral zijn rechterarm was dikker en pijnlijker. Daardoor kwam het dagcijfer uiteindelijk niet boven de 4,5 uit. Helaas. Het hele land vierde feest deze Koningsdag. Ik heb vandaag in het zonnetje zelfs een glaasje Hugo gedronken – het weer was mooi genoeg hier in het Zuiden. Voor Krijn geen echte feestdag ondanks de ballonnen op zijn rechteroor.

Gewoon K

Krijn en Toet

Krijn en Toet’s dodenmasker

Een ander woord heb ik er niet voor. Gewoon K dus. Dacht ik een leuk blogje te schrijven over het bezoek dat ik met Krijn aan de tentoonstelling over het graf van Toetanchamon in Amsterdam bracht. (Waar pijnlijk bleek hoe snel een beetje opvoeding in je eigen opvoedersgezicht terug kan slaan: ‘Mam niet doen, afblijven! Je mag nergens aankomen, ook niet aan die steen, je hebt dat bordje toch gezien?’)

Het drama van het onverwachte overlijden van mijn (oud)collega kwam er tussendoor. De begrafenis was memorabel. Bitterkoud. Met schriftlezingen, bidden en psalmen zingen. En bovenal het beeld van een lange stoet lopend achter de kist. Voorbijgangers respectvol gestopt. Aan het open graf een geselende wind die de laatste woorden onverstaanbaar uiteen jaagt. Een film uit de jaren ’50.

Aandacht voor het driemaandelijkse controlegesprek in het AZU dan. Krijn werd onderzocht en de medicatie weer iets opgehoogd. De cardioloog meldde tussen neus en lippen door ‘dat Krijns naam al eens gevallen was’. Bij de aanmelding van een donorhart dus. Niet dat het veel zegt over de wachttijd, maar het moment waarop een ander hart voor hem beschikbaar komt, sluipt dichterbij.

Nog voor ik erover kon bloggen kreeg ik het bericht dat mijn vader (88 jaar) in het ziekenhuis was opgenomen. In het ziekenhuis in Almelo vertelde hij over de impact die het overlijden van zijn neef een paar weken eerder op hem had gehad. Het bezoekuur aan zijn bed, al pratend zijn hand vasthoudend was heerlijk. Wat een kracht, wat een humor, wat een bijzondere vader. Ben zo trots op hem. Hij is inmiddels weer thuis, maar niet beter.

Ook de lange treinreis terug uit Almelo langs mooie oude en nieuwe stations inspireerde me alsnog voor een blog. Maar de avond dat ik het wilde maken belde Robin of ik hem met de auto kon ophalen van het station omdat er geen treinen reden. Ik reed langs het spoor waar ambulances en politieauto’s met zwaailichten in de berm naast een stilstaande trein stonden. Twee dagen later vertelde onze hulp in tranen dat haar neef er niet meer was. De jongen had geen andere manier gezien om onder het juk van zijn strenge vader uit te komen.

De drie verjaardagen in één week in ons gezin dan. Als hoogtepunt mijn verjaardag met een verrassingsbezoek aan het de dag ervoor door de koningin geopende Rijksmuseum. In een zonovergoten Amsterdam, waar mijn beste vriendin Martine bij ons aansloot. Absoluut een leuk blog waard; alleen al Krijns opmerking terwijl we door de eregalerij richting Nachtwacht liepen: ‘Kijk, daar links hangt Het Melkmeisje van Vermeer, dat wil ik zien!’ (Ja, da’s diezelfde opvoeding). Maar de schrijfenergie ontglipte me toen ik hoorde wat de reden was dat mijn altijd wat sombermansende collega niet op het werk verscheen na een relatief routineonderzoek in het ziekenhuis. Mij keihard met mijn neus op het ongelijk van mijn gebruikelijke optimisme drukkend. Hij had gelijk gehad; het is niet goed met hem. Helemaal niet goed.

En nu dan eindelijk toch een blog. Graag hou ik anderen voor dat het glas halfvol is. Dat is ook zo voor mij. Alleen zijn niet alle glazen even groot blijkbaar. Het is gewoon K. Iedere keer als ik iets als een vrolijkleuk voorjaarsblog voel opkomen, verschijnt uit onverwachte hoek een donkere klauw die met een uithaal al die vrolijkheid bekrast.

Regenboogvoet. Krijn zet ladenblokje in elkaar.

Cleo’s regenboogvoet. Krijn als Ikea-klushulp.

Het meest kleurrijke waar ik op dit ogenblik over kan schrijven, is de voet van Cleo. Die heeft alle kleuren van de regenboog. Verstuikt bij een botsing op het voetbalveld vorige week. Ach, het verhaal dat ze daardoor op krukken naar het concert van P!nk in het Ziggo Dome in Amsterdam is geweest, zal het later goed doen. Dat verjaardagscadeau met maanden voorpret liet ze zich niet afpakken. Van pijn heeft ze al meezingend en zwaaiend weinig gemerkt. En die regenboog van geel groen, blauw en paars zakt langzaam in elkaar, en verlaat haar voet via een dikke zwarte rand. Het komt vast weer goed.

Andere zomer, andere hangmat

Krijns nieuwe trots, met twee heilige boontjes

Zomer anders dan anders. We zijn dit jaar ‘achterblijvers’. Dat is niet onverdeeld leuk, moet ik eerlijk bekennen. Bij de zoveelste keer de standaardvraag ‘zijn jullie al op vakantie geweest‘ of ‘waar gaan jullie heen?‘ voel ik een brok in mijn keel. Nee, wij gaan niet weg. We wachten op een hart.

Plannen vervallen
Mijn verstand zegt dat het helemaal niet zo erg is. Luxeprobleem van een verwende familie. Er zijn zoveel mensen die niet op vakantie gaan. Niet kunnen. Misschien wel nooit. Waarom grijpt de vraag me dan toch zo aan? Ik denk omdat ons plan tot mei nog gewoon was een dikke maand in Frankrijk te zijn. Heerlijk tot rust komen, genieten met z’n vijven. Dat verviel toen Krijn 6 juni officieel op de wachtlijst kwam.
Pubers thuis, scholen dicht en wij werken gewoon door tijdens de rustige komkommertijd. Hoewel rustig; Lees verder