‘Gezeik’

 

Oudjaarsdag.

Alle soorten en maten hebben we al aan Krijns bed gezien. Verpleegkundigen. Piepjonge, ieligkleine, lieffluisterende, onhandigbijziende, strengprofessionele, hoogblondgeplamuurde,  onverstaanbaarmompelende, rustigervaren, schommeldikke, bodybuildersterke en vrolijkrelativerende om er maar een paar te noemen. Soms moeten wij wennen aan een stem, karakter of aanpak. Soms moeten zij eraan wennen dat wij niet wantrouwend zijn, of ze op de vingers willen kijken. Onze ervaring is eigenlijk altijd positief, al duurt het soms even of kost het wat inspanning. We kijken in ieder geval niet snel meer ergens van op.

Oudejaarsmiddag – Robin was gearriveerd inclusief een grote tas met oliebollen, appelbeignets, champagneglazen, zelfgebakken koekjes van Cleo, druiven, (kerst)kaarten etc. etc. We zaten gezellig te keuvelen, Top 2000 aan, het grote licht uit zodat we het te vroeg afgestoken vuurwerk goed konden zien. De deur zwaaide open en tegen de felle gangverlichting verscheen het silhouet van de verpleegkundige; een wat te grote vrouw, met piekerig uitstaand haar die met grote passen op spekzolen naar binnen liep en meteen de ruimte vulde. Vanonder het te rode haar priemden twee ogen vanachter een te grote bril de kamer in. Met te luide stem zei ze – vooral tegen het computerscherm waar ze voor ging staan: ‘eens kijken wat wij hier hebben en wat we nog allemaal moeten doen.’ Het zette meteen de toon. Krijn is haar patiënt, zij weet wat ze doet, waarom en in welke volgorde. Niet mee bemoeien of proberen te helpen. Zelfs je stoel behulpzaam uit de weg schuiven, levert een wrevelig laat-maar-ik-kan-er-zo-ook-wel-bij-hoor reactie op. Ongemakkelijk misverstand op misverstand.

‘Ik heb een nieuw bandje meegenomen. Dat van hem is vanmorgen doorgeknipt begreep ik bij de overdracht.’ In haar hand een geelwit stripje met gaatjes. Bandje? Doorgeknipt? Geen idee waar het over ging. Ik vroeg wat ze bedoelde. Zonder me – duidelijk het domste kindje van de klas – aan te kijken zei ze ‘Het bandje voor om zijn pols. Waar zijn naam op staat. En dat vanmorgen is doorgeknipt.’ Aha, ter identificatie dus. ‘O, zo’n bandje. Ik begrijp het, maar dat heeft hij nog nooit om gehad dus het kan ook niet doorgeknipt zijn vanmorgen.’ Bezoek dat denkt het beter te weten dan de professionals die hier werken, zijn het lastigste, zag ik haar denken. Op schrille toon legde ze het nog één keer uit: ‘Zo’n bandje hebben àlle patiënten in dit ziekenhuis om hun pols. Allemaal. Altijd.’ Huh? ‘Nou, hij ligt hier al vanaf 2 mei en hij heeft er nog nooit eentje om gehad’ sputterde ik nog tegen. Tegen dovemansoren, want ze beende alweer weg. Het bandje op het nachtkastje achterlatend.

Nee, geen vrouw om tegenin te gaan. Ze geeft me het ongemakkelijke gevoel van ‘wie geschoren wordt moet stil zitten.’ Beste tactiek: niks doen, afwachten en vooral geen initiatief tonen. Als ze binnenkomt valt het gesprek stil en wachten we bijna timide af waar ze mee komt. Krijn heeft weer te hoge kalium en ondanks lasix plast hij niet. Al ruim 24 uur helemaal niks. Nada. Nou waren er liters uitgetrokken tijdens de laatste dialyse, dus heel vreemd vonden wij dat niet. Ze pakte ongevraagd zijn blikje drinken om te checken op ingrediënten, bracht dubbele thee en hield als een havik zijn vochtinname in de gaten. Wij voelden ons bijna schuldig dat Krijn geen aandrang had. De urinefles bleef leeg.

Nieuwsjaarsmiddag was ze er weer. En helemaal aan het eind van haar dienst gebeurde het. ‘Oeh, geef snel de plasfles even aan, er komt wat….’ kreunde hij vanuit zijn rolstoel. Mooi! Opluchting bij ons alledrie. Even later kwam onze akela binnen voor haar laatste inspectie. Robin wees voorzichtig op de fles die op de grond stond. Ze stopte abrupt. Keek ernaar, bukte voorover en pakte hem op. En toen barstte ze onverwachts in een verrukt gillen uit. Ik heb nooit iemand zo euforisch horen reageren op een plasje als zij toen ze zag wat Krijn – en nog wel vlak voor haar dienst erop zat- eindelijk had gedaan. Ze hield de urinefles omhoog, las de hoeveelheid af en deed een blij huppeltje. ‘Zweihundertfünfzig! Nah, bin ích froh! Bis Morgen!’ Ze droeg de fles als een trofee voor zich uit terwijl ze hardop haar blijdschap bleef herhalen, tot ver op de gang. Ons verbijsterd achterlatend. Robin: ‘Verstond je dat, Krijn? Het goede nieuws is dat ze echt heel blij is met je plasje, het slechte nieuws dat ze morgen weer dienst heeft….’ Tja, communicatief niet de handigste, maar op haar eigen manier wél een professional.

Vanuit Bad Oeynhausen wensen we jou en je dierbaren
een goed, gelukkig en vooral heel gezond 2016 toe.
Alles Gute!

Robin & Warna
Krijn – Hugo – Cleo