Maandagochtend

 

facetimebeeld: best blij met laatste berichten

 Liefde is…. op Valentijnsdag samen ziek in bed liggen. Klinkt romantischer dan het klonk. Blijkbaar was Robin toch te vroeg naar Bad Oeynhausen gekomen, want ik had nog griep en hij had zelf iets onder de leden. Na een kort bezoekje bij Krijn kwam hij naar het appartement; bang hem aan te steken. Dat is niet gebeurd gelukkig. Wij elkaar wel. En zo lagen we als twee zieke kippetjes vrijdag in bed. En zaterdag. En zondag. En maandag. Hoestend, niezend, met opgezwollen ogen, koortsig en met keel- hoofd- en spierpijn. Elkaar wakker houdend met onrustig snurken en nachtelijke hoestbuien. Het leek wel of alle ellende van het afgelopen jaar in een keer eruit kwam. 

Dinsdag waren we zover opgeknapt dat we de rit naar Nederland aandurfden. Blijven had geen zin en ik wilde ook naar de huisarts. Na een ultrakort bezoekje bij Krijn om hem nog wat lekkers en mijn (ontsmette) laptop te brengen, namen we – zo’n beetje vanaf de gang – afscheid. Zonder aanraken en met al die beschermspullen aan voegt een bezoekje niet veel toe aan het facetimen dat we een paar keer per dag doen. Krijn snapte dat het niet anders kon en had er ook vrede mee dat we samen weggingen.

Hij heeft nu een strak dagschema. Zijn iPhone speelt de laatste dagen vooral personal coach; om het uur klinken pieptoontjes om hem te attenderen op de volgende activiteit. Dat werkt redelijk goed: de hometrainer die weken ongebruikt op zijn kamer stond wordt eindelijk ingezet. Twee keer per dag zelfs. Hij kan zelf op- en afstappen. Begon hij te fietsen met een weerstand van 0, die is nu via 10 en 20 inmiddels naar 30 opgevoerd. De afstand is van 1, via 1,5 naar 2 km verlegd. Ja, regelmatig oefenen heeft absoluut zin. Dat bleek toen hij me bij ons afscheid trots liet zien hoe hij nu zelf op kan staan uit de rolstoel en een paar stapjes lopen. Zónder rollator. Lopen met losse handen, kijk mama! Achter de rollator liep hij heel erg gebogen en met opgetrokken schouders. Los lopend ziet het er al veel beter uit. Vooruitgang.

Tijd voor een volgende stap. Op de achtergrond zijn contacten gelegd om te kijken wat haalbaar en realistisch is. Dat hoorden we niet alleen via Krijn van de Oberarzt uit het ziekenhuis, maar we werden ook gebeld door de verzekeraar én SOS International. Boodschap: een Nederlands revalidatiecentrum is niet mogelijk, onder andere in verband met de strenge hygiëneregels waar Krijn nu nog onder valt. Verder is er contact met het UMC Utrecht opgenomen. We worden steeds keurig telefonisch op de hoogte gehouden – beetje onwennig, al dat contact na bijna een jaar. Maar zeker plezierig.

Via de halskatheter die Krijn begin vorige week toch weer geplaatst is, krijgt hij een paar keer per dag een zak vocht toegediend. De artsen hebben de dialyse nog weten uit te stellen. Met het extra vocht, dat netjes weer uitgeplast wordt, lopen de waardes Kreatinesaure en Harnstof langzaam maar gestaag terug, de goede kant op. Gelukkig hoefde hij dus niet aan het dialyseapparaat, het is iedere keer toch een aanslag op je lijf. En je kunt je bed niet uit. Al met al scharrelt Krijn in Duitsland op zijn kamer, oefent zelf en met de fysiotherapeutes. 

Wij zijn in Nederland. Thuis. Voor het eerst sinds lange tijd voel ik dat ook zo. Maandenlang was het appartement in Duitsland mijn thuis. De omslag was vorige keer al ingezet – ik had een opruimaanval gekregen, bloemen gekocht en het gezellig gemaakt. Dat doe je niet als je er toch maar even bent. Het gevoel mijn huis weer thuis te willen maken neemt toe nu de griep afneemt. Gewoon weer hier zijn, niet meer in een vreemd land, hoe gastvrij ook. Eén uitvalsbasis voor het hele gezin, ook al kan Krijn er nog niet bij zijn. Als hij maar in Nederland zou zijn.

Opruimend kwam ik in de stapel post op tafel een papiertje met een buurtinitiatief tegen. Een buurvrouw vroeg om rugzakken en tassen. Voor vluchtelingen in het azc hier in de gemeente die regelmatig moeten verhuizen van opvangplek naar opvangplek. Ze had gezien hoe ze hun weinige spullen steeds in vuilniszakken moeten meenemen. Dat was precies het duwtje dat me extra energie gaf en al snel lag er een hele stapel na-een-schooljaar-uit-de-mode-geraakte-maar-nog-uitstekend-bruikbare rugzakken en (sport)tassen op de overloop. Weggooien had ik altijd zonde gevonden, dus hadden ze zich jarenlang in de berging verzameld. Nu kwamen ze weer tevoorschijn, niet meer afgedankt, maar nuttig voor verhuizende vluchtelingen. Steeds als ik daarover iets lees of zie, bedenk ik me dat één van de Oberärzte die Krijn door de moeilijkste tijd heen gesleept heeft een Syriër is.

Gisterochtend stonden we na het huisartsenbezoek op de overloop samen met voldoening naar de stapel tassen te kijken, toen Robins telefoon ging. SOS International. Met een update. Goed nieuws. Dat de partijen eruit zijn: ze zullen Krijn verhuizen naar Nederland en opnemen in het UMC Utrecht, waar hij ook vandaan kwam dus. Vertrouwd terrein, in zijn eigen land, eigen cultuur, taal en eetgewoontes. ‘Wij zorgen voor de ambulance die hem vanuit Nederland ophaalt.’ We keken elkaar blij verrast aan en Robin vroeg of al een termijn bekend is waarop dat zou gaan gebeuren. ‘Jazeker’, zei de vriendelijke dame zonder te haperen ‘de ambulance brengt hem aanstaande maandagochtend van Bad Oeynhausen naar Utrecht.’ Op 22 februari – na ruim elf maanden ziekenhuis – gaat Krijns verhaal verder op Nederlandse bodem.