Stilte en focus

 

maaltijd met uitzicht

Hoe simpel kan verhuizen zijn: leg al je spullen op het voeteneind van het bed, haal de rem van de wielen en hup, rollen maar. De ervaren verpleegkundige E. van de HTX-afdeling kwam samen met haar jonge collega R. naar C Intensiv 3 hun Hollandse patiënt ophalen. De mondelinge overdracht was een klein beetje chaotisch omdat er wat haast bij was; een nieuwe patiënt was per helikopter onderweg met bestemming Krijns kamer. Die dan eerst uiteraard nog schoongemaakt moest worden. Voor totaal ontsmetten was geen tijd meer (en niet absoluut noodzakelijk omdat Krijn geen besmettelijke dingen heeft), dus de ‘normale’ schoonmaakploeg stond al op de gang te wachten. Ze zwaaiden ons samen met een aantal verpleegkundigen uit. Gisteren kwamen ook al mensen afscheid nemen en een hand geven. Want ja, Krijn is inderdaad de patiënt met de twijfelachtige eer het langste op deze IC-afdeling te hebben gelegen; ruim een half jaar.

Ik liep mee, Schutzkittel aan en mijn roodkapje boodschappenmand vol spullen van Krijn. Via de OK-lift en de kelder naar de andere kant van het complex in de oude hoogbouw met de lift naar de vierde verdieping. Vanuit de lift een dubbele deur door en direct rechts een kamer in. Nou ja kamer, in vergelijking met de afgelopen 7 maanden meer een balzaal. Eigenlijk bestemd voor twee personen, maar nu exclusief voor Krijn. Ik was druk aan het uitpakken en inrichten toen ik achter me hoorde ‘Die Schutzkittel mag uit hoor, dat is niet nodig hier.’ Wow, na 7 maanden ziet Krijn ons weer in gewone kleding!

Onderweg had de verpleegkundige uitgelegd waarom het nog een beetje rommelig is. De HTX-afdeling zit in een van de oude gebouwen. Vijf jaar geleden helemaal gerenoveerd, dat wel. Afgelopen maanden is gewerkt aan de klimaatbehandeling, want daar waren problemen mee. Tijdelijk zat de afdeling daarom in de nieuwbouw waar Krijn ook lag, maar afgelopen maandag – eergisteren – zijn ze weer teruggegaan naar hun vaste plek. Iedereen moet dus weer even wennen.

We draaiden de kamer op en ik kon een klein jubeltje niet onderdrukken…. Kijken de twee ramen toch récht uit op het helikopterplatform dat iets lager, bovenop het dak van het personeelsrestaurant ingericht is. Verder zie je delen van het HDZ, rechts het algemene ziekenhuis van Bad Oeynhausen en wat parkeerplaatsen. Recht vooruit, ligt heuvelafwaarts het stadscentrum, de koperen koepeltjes op het kuurpaleis kan Krijn nu voor het eerst zien en kilometers verderop de heuvelrug van het Wiehengebirge met rechts richting Minde zelfs het silhouet van het Kaiser Wilhelm Denkmal. ’s Zomers moet het één grote groene zee zijn, nu door de kale bomen zie je ook veel huizen en ’s avonds glinsterlichtjes aan de horizon. Topuitzicht!

Dat is niet het enige verschil. Deze afdeling is inderdaad specialistisch en erop gericht om mensen die na een harttransplantatie uit de eerste gevarenzone zijn klaar te stomen om naar huis te gaan. Ze komen hier meestal een paar dagen na de operatie. De Oberarzt kwam persoonlijk vragen of alles in orde was en vertelde dat Krijn deze grote kamer heeft gekregen zodat hij alle ruimte heeft om te oefenen. En zodat wij veel bij hem kunnen zijn, ook zonder over de afdeling te hoeven lopen. ‘Als hij sterker is, dan krijgt hij een andere kamer, wel kleiner, maar mét een badkamer.’ Badkamer…. ik was er niet eens opgekomen, maar inderdaad, dat klinkt goed. En als kers op de taart kondigde hij een Nederlandse verpleegkundige aan. Met dezelfde voor Duitsers moeilijk uitspreekbare IJ in haar naam als Krijn. Vandaag niet aanwezig in verband met ziekte, nog even geduld dus.

Maar wat ons allebei toch het meest verraste, was het geluid. De afwezigheid ervan. In de relatief lege ruimte zonder gordijnen klinkt het hol. En het is stil. Bij de IC in de nieuwbouw is de hele vleugel open; de middenruimte met open verpleegpost en de twee brede gangen erlangs met grote, meestal openstaande schuifdeuren naar de kamers. Het geluid van al die mensen en apparatuur en de luchtbehandeling hoor je op een gegeven moment niet echt meer. Ik heb het weleens beschreven alsof je in een vliegtuig zit, zo’n continu achtergrondgeluid. Het went. Tot het wegvalt, zoals nu. Wát een rust. Een gang met aan de ene kant deuren naar de patiëntenkamers – sommige met een voorhalletje – en deuren naar facilitaire ruimtes, trappenhuis en liften aan de andere kant. Vrijwel allemaal dicht. Geen mensen die rondlopen of roepen, geluid van beademingsapparatuur en alarmen. Heel vreemd, bijna of we in een verlaten gebouw terecht waren gekomen. Wat zei ik in het vorige blog ook alweer? Afkicken. Inderdaad dus.

De ramen isoleren het geluid ook goed, weten we nu. En verpleegkundige M. had gelijk over de verwachte patiënt. Nog geen uur op de nieuwe kamer, het middageten was net geserveerd, zag ik dat de landingslichten op het heliplatform aan gingen. Even later veranderde een stipje in de lucht razendsnel in een gele ADAC-hubschrauber die groter en groter werd tot hij wiebelend op het platform een verdieping lager landde. Ik weet wat een enorme muur van geluid zo’n wentelwiek rondslingert, maar op de kamer was het prima te doen. We zagen even later verpleegkundige M. van de IC met twee collega’s de brancard uit de helikopter op een onderstel plaatsen en een goed ingepakte man het gebouw in rollen, op weg naar C Intensiv 3, Bett 4. Krijn zat in een normale rolstoel aan een uitklaptafeltje bij het raam te genieten van zijn bloemkool, gekookte aardappeltjes met jus en varkensfilet. Morgen neem ik zijn pyjama’s mee, kijken of dat lukt. Ja, de focus is meteen al anders. Krijn kauwde bedachtzaam op een hapje en keek naar buiten. Pakte zijn plastic bekertje, hield het omhoog en proostte richting de man op de brancard: ‘Veel succes. Ik hoop dat je korter op die kamer moet blijven dan de maanden dat ik daar gelegen heb.’

Krijns nieuwe postadres is:

Herz- und Diabeteszentrum NRW
Krijn Krijgsman, HTX-station Zimmer 421
Georgstrasse 11
32545 Bad Oeynhausen
Duitsland

Afstand

 

de oogarts aan het bed

Dat afstand helpt. Om afstand te nemen dus. Dat heb ik afgelopen week geleerd. Loslaten en verder gaan. Een week vakantie in eigen land, in eigen huis, in eigen bed. Met een – voor mij althans – spannende sessie bij de kapper, gezellige borrel en etentje met (oud-)collega’s en voor het eerst in maanden weer in de trein. Met Hugo een winterjas gekocht – lekker voor zijn weekje Tsjechië met school -, uit eten bij de Ribs Factory en naar de indrukwekkende film Son of Saul in de Verkadefabriek geweest. Quality time tijdens een etentje met Cleo bij Villa Fleurie en samen met Thijs langs de lijn bij het voetballen (ze won met 3-2. 1x gescoord en 1x penalty *oeps* tegen de paal). Boodschappen gedaan in Den Bosch, in het dorp en bij Ikea. Thuis mijn draai weer gezocht en gevonden met opruimen, wasjes draaien, tv kijken, badderen, huis gezellig maken, bankhangen, bladeren (ja, weer) vegen en met de kipjes keutelen. Kortom, een heerlijk weekje met zacht herfstweer dat pas gisteren verdreven werd door een druilerige koude wind die vannacht overging in storm. Mooi, kan de maan goed door de bomen schijnen voor Sinterklaas. Je zou hem bijna vergeten in Duitsland. Alleen vroeg slapen is niet gelukt. Vrijdag verheugde ik me erop, maar de aanslagen in Parijs hielden me wakker en aan de tv gekluisterd tot half drie. Mijn hoofd vol verwarring over de bizarre ongerijmdheid dat mensen soms al het mogelijke doen om één leven te redden, terwijl even verderop een handvol mensen lukraak zoveel mogelijk levens vernietigen, inclusief zichzelf. De waarde en kwetsbaarheid van leven.

En Krijn? Die heeft de zoveelste week in zijn kamer op de intensive care Intensiv 3 volgemaakt. Hij volgt het nieuws over de aanslagen in Parijs op de voet. Robin aan zijn zijde. Die helpt bij het eten snijden, motiveren, praten met de artsen, vertalen, drinken inschenken, oefeningen initiëren, flessen aanreiken, verzorging door verpleegkundigen overnemen, omdraaien, bedrand zitten et cetera. Meer dan een dagtaak. En contact met de familie coördineren. Ik kreeg woensdagochtend een waarschuwingsappje: ‘Krijn gaat je zo FaceTimen. Niet schrikken.’ Inderdaad rinkelde direct daarna mijn iPad en vulde een bijna onherkenbaar opgeblazen gezicht het beeldscherm. De ogen verdwenen in een plooi tussen twee bollingen, zijn wangen en keel, alles opgezwollen. Met een polletje ongekamd piekhaar er bovenop. Een allergische reactie op een antibioticum. Hm, dacht dat ie ze intussen allemaal wel al gehad zou hebben, deze blijkbaar niet. Goed onthouden: Voricozanol kan hij niet tegen. De zwellingen zijn inmiddels behoorlijk afgenomen.

De tracheostoma – canule – was er dinsdagochtend al uitgehaald. Echt heel goed nieuws. Ademen kan hij helemaal zelf – moet wel extra geoefend worden omdat zijn linkerlong blijkbaar wat gekrompen is. Zomaar kunnen praten wanneer je iets wilt zeggen, heerlijk toch. Kwestie van het buisje uit het gat in zijn hals naar buiten halen en een soort gelpleister op zijn keel plakken. Geen hechtingen, niks. Mag ook weleens meezitten: de 5 á 6 weken waar dokter F. ons op voorbereidde, als tijd om weer zelf te leren ademen zonder enige ondersteuning bleken niet nodig. De canule heeft er 18 dagen in gezeten, 2,5 week.

Goed, ademen lukt dus. Check. De vochthuishouding is nog  niet optimaal. Hij houdt teveel vocht vast, drinkt soms niet voldoende en de vochtbalans in/uit is neutraal of licht negatief. Te weinig uit. Plasmedicatie helpt, al is het lastig omdat je dan ook goede stoffen kwijt kunt raken. De hele nacht door moeten plassen is ook vervelend. De artsen willen voorkomen dat hij opnieuw aan het dialyseapparaat moet en zoeken oplossingen. Verder stond er op een avond opeens een oogarts aan zijn bed. Doorbloeding niet goed, wazig zien, last van licht, trombose? Geen alarm, komt waarschijnlijk door bloeddrukschommelingen of misschien het antibioticum. En buiten dat heeft hij nog ergens een bril liggen; die opzetten helpt ook. Het grootste probleem is zijn gemis aan fysieke kracht. Omdraaien in bed lukt bijna, maar hij zal ál zijn spieren opnieuw moeten trainen. Daarbij is angst een slechte raadgever. Hij kan zijn eigen gewicht niet dragen. Dan moet je niet bang zijn dat een fysiotherapeute te klein of niet sterk genoeg is. Ze weten wat ze doen en vangen hem op. Maar goed, jezelf totaal hulpeloos op de grond in mekaar zien zakken is een angstig vooruitzicht. De struggle is dus óf niets doen, óf oefenen. Een hoge drempel waar we Krijn overheen proberen te motiveren en zo zijn angst te overwinnen.

Vooruitgang ook op het gebied van de smaak en eetlust. Eindelijk komt dat een beetje terug. Deze zondagochtend heeft hij 2,5 Schnittbrötchen en een halve croissant op, met volle melk en een ei. Heerlijk! De warme lunch met schnitzel werd in de grote comfortabele rolstoel met opschuifblad geserveerd. Zittend eten gaat eigenlijk best goed. En het allerlaatste goede nieuws is dat zondagmiddag de Oberarzt van Intensiv 3 bij Krijn visite liep, samen met de Oberarzt van het HTX-Station: de verpleegafdeling voor getransplanteerden (vergelijkbaar met de hartbewaking in het AZU in Utrecht schat ik zo in). Hij kwam vast een kijkje nemen bij zijn toekomstige patiënt. Want als alles goed gaat, kan Krijn misschien volgende week naar deze ‘normale’ verpleegafdeling. Dat zou voor het eerst zijn na de operatie op 10 april in het AZU waar hij de twee ECMO-pompen kreeg op zijn eerste donorhart. Een eeuwigheid geleden. Zal hij nu – ruim 7 maanden later – eindelijk weg kunnen van de 24-uurs zorg op de diverse intensive cares? Letterlijk naar een andere etage gaan, een belangrijke stap richting een eigen, normaal leven. Ja, zoals ik al zei – afstand helpt.